13 reasons why – A Netflix Original

‘Ik kan je er wel meer geven dan 13’ zei ze tegen me. Mijn buik werd warm en begon te draaien. ‘Wat zeg je? Wat bedoel je?’ mijn stem klonk hoger dan ik wilde. ‘Die Hannah had er 13, ik heb er wel 20 ofzo’. Ze maakte geen grapje. Ik herkende de matheid in haar stem. ‘Niet doen Eevie’ zei ik. Maar onze machteloosheid was groter dan de 20 redenen.

Dit is geschreven in de categorie ‘ultrakorte verhalen, maximaal 99 woorden. Eerder gepubliceerd op de Facebookpagina van Schrijven magazine: ultrakorte verhalen.

Deze stukjes per mail? Klik hier.

Een ongemakkelijke rit met veel goede zorgen

Dankuwel lieve mevrouw die me in eerste instantie ongevraagd lastig viel met goedbedoelde maar ongewenste vragen; ‘Heb je buikpijn?’ ‘Voel je je niet lekker’? “Wil je een pepermuntje?’ terwijl ik met mijn benen wippend tegen de misselijkheid op het klapstoeltje naast de wc van de treincoupé zat. Of het de warmte was, de moeheid, nieuwe medicijnen of de treinreis weet ik nog steeds niet; dat het ongemakkelijk was daarentegen was overduidelijk.

Dankuwel dat u vervolgens de wc-deur achter me sloot die ik in mijn hoge nood om voorovergebogen de wc te bereiken open had laten staan. En dat u er tien minuten later nog stond, toen ik al trillend en van top tot teen bezweet de wc weer uitstapte. Met uw zakdoekjes (het hele pakje) en de aangeboden pepermuntjes. ‘Hier zit nog wat zweet, of heel veel eigenlijk’. Maar bovenal de goede zorgen. Dat u niet wegging, in puur ongemak – vooral van mijn kant denk ik- maar stoïcijns en zeer geduldig bleef wachten tot ik klaar was, terwijl de geluiden aan de andere kant van de deur niet persé aantrekkelijk waren om naar te luisteren. En dat u me daarna nog tien minuten gezelschap hield, tot we bij mijn station waren en ik eruit moest. Die kleine goede zorgen van een volkomen onbekende op de rit Amersfoort-Apeldoorn/Deventer. Dankuwel.

Meer van dit automatisch in je mail? Regel het hier.

FAQ

Stel je voor, te laat naar bed gegaan want het was zo gezellig gisteravond, en het was een warme zomeravond en de rosé was koud. En dan niet één glas. Zo’n avond.

En dan een te vroege ochtend met een ‘mama, is het al zeven uur?’ ‘Nee, het is half 6, ga slapen, gek’. Dat laatste dacht ik erbij.

En dan een ‘mama is het dan nú al zeven uur?’ ‘Neehee, het is 6 uur, ga nou nog even slapen anders ben je vandaag zo moe….’.etc…etc….

En dan half acht, de derde wekker uitslaan, toch maar opstaan, de kinderen in de kleren krijgen, koffie zetten en brood smeren. En uiteindelijk vlak voor we naar school moeten aan het ontbijt zitten met omgevallen bekers melk en doorweekte boterhammen. En dan zijn de bananen ook nog op, dan maar een koekje mee naar school.

Tien minuten voor we weg moeten, en er moeten nog 2 boterhammen gegeten worden, de bekers melk weggewerkt. Dus tijd voor filosofie.

“Mama, hoe krijg je een baby in je buik?

Mama, waar ben je als je dood gaat?

Mama, waar is opa nou dan?

Mama, als je dood gaat kom je dan weer terug?

Mama, als je dood gaat word je dan weer een ander mens?

En heb je dan ook nieuwe kleren? Dan wil ik dat t-shirt met de hartjes.

En heb je dan ook ander haar?

‘Mama, als je dood gaat ga je dan weer terug naar waar je was voor je geboren werd?’

Mama, hoe kom ik er dan uit als ik in je buik zit?

Mama hoe kom ik er dan in?

Mama, waar was ik toen ik er nog niet was?

Mama mag ik een ketting?

Mama, ik wil geen korsten meer eten, die zijn vies.

 

Ware filosofen die twee meiden van 5 en 6. En nu hop, de ene naar de kleuterklas, de ander naar groep 3. Want de (meeste) antwoorden heb ik jammer genoeg niet.

 

 

 

 

 

Elke avond hetzelfde liedje hier

De hele dag verheugend op de avond, die vanaf half negen begint, om dan in alle rust verder te werken aan mijn boek. Waar ik de hele dag naar uitkijk, waar alles om draait. Om negen uur gezucht en gepuf. Ik zit vast.

Nog iets later, komt mijn lief beneden, hij vraagt ‘Gaattie?’ waarin hij zowel mijn gemoedstoestand als mijn schrijven bedoelt. Even de thermometer gebruiken en peilen hoe het gaat. Groen, mooi zo. Maar qua boek niet zo groen.

Enkele uren waarin ik schrijf, schrap, verplaats, kopieer, iets anders probeer en het allemaal maar kut vindt. Want niks klopt en het verhaal is stom. Alles is eigenlijk stom. Misschien maar weggooien en opnieuw beginnen. Geen idee hoe ik verder moet.

Totdat er ergens een kwartje valt, of ‘alles op zijn plaats’.

En dat ik het terug lees en het klopt. Het klopt met het grote verhaal, het is goed in detail en hoewel het niet precies is wat ik voor ogen had, en ik eigenlijk ver van mijn lijn geweken ben, is het precies goed zo.

En zo ontstaat er een verhaal  dat nooit van tevoren bedacht had kunnen worden.

Een hele avond en enkele bladzijden gevuld maakt een tevreden mens. En morgen weer verder.