De Heks En Het Kind

Vakantie kan soms lang duren, té lang. Vooral met kinderen. En vooral als je tussendoor probeert te werken en het kamperen al weer even geleden is. Na drie weken van uitgestrekte structuurloze vakantiedagen hebben de zes- en de vijfjarige een logische, vast welverdiende, maar strontirritante hangdag.

Met twee meiden tegen me aangeplakt zat ik op de bank. In mijn eigen hangdag. Met mijn eigen boek nog in mijn hoofd hield mijn creativiteit op bij het voorstel om samen een verhaal te bedenken. Na enig gesputter ‘Ik heb geen verbeelding, mama’. En ‘ik kan dat toch niet’. begonnen we. Of eigenlijk ik. Met als begin een vrouw in een groot en donker huis. De suggesties rolden binnen. “Het is een heks’ zei L. ‘En wat doet die heks dan?’ vroeg ik. ‘Die gaat kinderen meenemen’ zei A. En zo geschiedde. L. bedacht de zinnen, ik maakte het sóms een beetje logischer en in een uur tijd hadden we een kinderboekenbestseller geschreven. Denk ik. De ruzie om de naam van de hoofdpersoon duurt overigens nog voort. De strijd gaat tussen ‘Sneeuwkristal’ en ‘Sanne’. Beiden gekozen door de (verschillende) dochters. Die nu nog steeds ruzie maken, over de naam, maar het is opgeschreven en besloten.

Bij kinderboeken horen natuurlijk illustraties. L. begon voortvarend het enge donkere huis te tekenen, met spinnenwebben aan de deurposten en een krakende deur (ja, dat kan je tekenen, dan zet je er “IE IE IE’ bij).

De Heks en het Kind

Ik mocht de heks tekenen. Hoe ziet een heks eruit? Ik had geen idee, maar Google Images gaf me een paar mooie voorbeelden (dank aan de royalty vrije stockafbeeldingen) en zo tekende ik de heks na. Op haar bezem.

heks vliegt

Ik tekende verder terwijl de dochter afgeleid weer een spelletje deed op de iPad. Elke keer als ik een tekening af had hield ik hem glunderend omhoog, ‘Kijk.’ In sommige dingen ben ik het kinderstadium nog niet voorbij. De Man schoot steeds weer in de lach, de bewondering van de dochters was groot. ‘Mooi mam’ waarna ze zich weer over hun spelletje bogen. Gelukkig kon ik toch nog wat aandacht krijgen voor de laatste tekeningen, die L. heeft gemaakt, de tekeningen van de ”prinses’, maar die is eigenlijk geen prinses, maar wel heel mooi, maar ze is eigenlijk gewoon een mama. Met een hartjesjurk.’

Heks wordt mama en het kind

Deze lome zondag besteed aan het inscannen van de tekeningen, plakken in het geschreven verhaal in Word, zodat we het morgen uit kunnen printen, en het kopiëren en plakken in een online gemaakt fotoboek, zodat het een écht boek wordt. Met achterflap en voorkant. Maar dat is een verrassing die over enkele dagen op de mat ploft. De trots die nu al op hun gezichten te lezen was, om hún verhaal in woord en beeld te zien, en dat slechts in Word, was al zo tof. ‘Wow mam, dat hebben wij gemaakt hè!?’ En de verbazing en de trots wanneer ze over een paar dagen hun eigen boek in hun handen houden.. kan ik me alleen nog maar inbeelden.

Wat zo mooi was, en gelukkig maakte, waren zoveel dingen in slechts enkele uren tijd. De zesjarige die opmerkte dat ze tóch wel fantasie heeft, de vijfjarige die het centrale thema bedacht, de verwondering en het verkneukelen en verheugen en grinniken van beide dochters om de gekke verhaallijnen, de enorme lol bij het bedenken van de verschillende mogelijkheden van het verhaal, de conclusie dat ik écht niet kan tekenen maar het uren met heel veel plezier heb gedaan. En tot slot de opwinding, want morgen gaan we naar kantoor om het Word-document te printen…… Spannend, ik ken het gevoel. Alleen had ik geen tekeningen erbij gemaakt. Misschien toch maar doen, is wel erg leuk, al ligt mijn talent duidelijk elders.

kind boven soep

 

En nu?

De afgelopen drie, vier maanden heb ik aan mijn boek gewerkt. In een voor mij zeer ongebruikelijke structuur, want: structuur, daar ben ik niet zo goed in. Dus elke structuur zou min of meer ongebruikelijk zijn, maar van déze stond zelfs ik te kijken.

Het half jaar voor ik aan mijn boek begon bestond mijn avond grotendeels uit het bingen van allerhande Netflix-series. Ik moet heel hard nadenken om te weten welke series, en dat terwijl ik er maandenlang mee geleefd had. Het was The Good Wifelekker veel seizoenen en veel afleveringen per seizoen, daarna de geweldige serie Master of None en Love, en nog wat tussendoorse series. Dus toch een soort van structuur.

En toen wilde ik, door allerlei omstandigheden  mijn avondritme veranderen, en ik kreeg het idee voor een boek. 1+1= enfin, het bingen werd ingeruild voor het schrijven. En sindsdien schreef ik 7 avonden per week, van half acht tot een uur of 11, half 12. Overdag niet, dat was voor het betaalde werk, voor strategie en communicatie. Voor merkpositionering en websites otimaliseren. En de avond was voor mij. Voor mij en Lizy, mijn meisje uit het verhaal.

Een avond naar een vriendin of terras hangen was dan misschien wel gezellig ofzo, maar wat had ik liever, veel liever, mijn verhaal verder geschreven. En dat een nieuwe en door mij lang verlangde  House of Cards én een nieuwe OITNB is uitgekomen zonder dat ik er ook maar 1 seconde van heb bekeken is op zijn minst wonderlijk.

En nu? Het manuscript is opgestuurd naar enkele uitgeverijen die ‘tussen de 2 en de 20 weken zullen reageren.’ Zenuwachtig? Nee. Het is mijn verhaal, ik vind het goed, ongeacht wat zij vinden. Echt? Nee joh, Tuurlijk niet! Dit Is Superspannend! De eerste dag keek ik voortdurend op mijn telefoon of ze al gebeld hadden. Een beetje verontwaardigd wel dat ze dat nog niet gedaan hadden. Maar nu is het weekend, en dan zullen ze vast niet bellen. Toch? Dus nu echt even rust. Maandag verder wachten.

Maar, wat nu?  Hoe nu verder?

Elke avond klap ik mijn Macbookje open en zie een leeg document. Kut. Ik wil, moet, zal schrijven, maar heb geen verhaal meer. Het voelt leeg. Ik mis het, het opgaan in een verhaal, het bedenken wat er gebeurt, het bouwen en puzzelen. Ik denk aan de personen uit mijn verhaal. Hoe zou het met ze gaan? Alsof ze ook buiten mij om een leven hebben. Ik mis Lizy, en Adam, en de moeder en de vader, en zelfs Peter, het vriendje van Lizy. Waarbij ik me pas dágen nadat ik het manuscript naar de uitgeverijen had gestuurd besefte dat het vriendje dezelfde naam heeft als mijn behandelaar. Peter. Da’s gek. Ik kán hier natuurlijk een Freudiaanse uitleg aan geven, met een boel overdracht enzo, maar dat is niet helemaal aan de orde; volgens mij is het gewoon een leuke en veel voorkomende naam die ik uit gemak optikte met het idee dat ik het later met ‘zoeken en vervangen’ ook nog wel  kon ombuigen naar Henk. Of Frank, Martijn, Jeroen, Tijs , Theo of Sjors. En dat niet heb gedaan, zonder Freudiaanse reden. Lizy is trouwens niet ik, ook dat.

Ik wil puzzelen, schrijven en vertellen. Maar op welke manier weet ik nog niet. Dat is dus het onderwerp van de 1e puzzel.

Gezellig!

Bij een grote opruimwoedeaanval van vorige week vond ik een heel klein notitieboekje met in mijn allermooiste kinderhandschrift kleine gedichtjes geschreven. Zonder datum. Wat ik heel irritant vond, want had ik dit nou geschreven op mijn 8e of mijn 12e? Om maar eens wat te noemen.

Ik boog me wat beter over het handschrift; de letters nog met mooie bogen en lussen, de s niet zoals de getypte s maar met een kringeltje bovenaan. De f met twee schuine lussen, boven en beneden. En ik herinnerde me dat ik altijd een hekel had aan de f omdat ik de twee lussen nooit mooi gelijk en evenwichtig kon krijgen.

De gedichtjes waren kort en, toegegeven, niet heel erg origineel, met een steeds weer terugkerend thema: dood, verdriet, pijn, angst. En ‘echte’ liefde, ook dat. Al wist ik nog niet wat dat was ik verlangde er hevig naar. Ouderliefde daargelaten, dat was er meer dan genoeg.

Maar waar dat reisburo Frans Moors Intra vandaan komt? Wij gingen nooit via een reisbureau op vakantie. Meestal op de fiets, of met de trein, naar Frankrijk of Italië. Later met de auto.

Als dit het begin is van een schrijfselcarrière is hier het bewijs. En zo niet, dan ook.

(en nu ik merk dat de afbeelding niet te vergroten valt, hier een uitgetikte versie):

“Angstwekkende donker / geheimzinnige schimmen /De strijd kan beginnen / De dood sluipt naderbij. / Steken in mijn zij. / Steken in mijn hoofd. / Dat heeft de dood mij belooft(d) / Mijn laatste snik / mijn laatste hik / dan sterf ik.

Verder was ik best gezellig toen ik jong was hoor. Net als nu 🙂

Zo’n boek is nog een heel verhaal

Sinds enkele maanden ben ik bezig om een boek te schrijven. Een echt boek, zoeentje die ik zelf graag zou willen lezen (en dat is nogal wat, want ik heb menig boek kwaad weggelegd omdat ik hem stom vond, of saai, of niet grappig, of slecht geschreven, of leuk maar met een beroerd einde). Ik stel dus nogal hoge eisen.

Een paar weken terug was mijn boek af. Ik gaf hem ter proeflezing aan mijn Lief. Die las, bijna twee uur lang onafgebroken. Terwijl ik mijn nagels opat. En hij vond het goed. Met wat op-en aanmerkingen. En nu ben ik dus al bijna een maand bezig om wat er stond uit te bouwen naar iets beters. Een hels karwei? Ja, en nee. Ik geloof dat ik het een heerlijke klus vindt. Een klus met hoofdbrekens, vastlopers, maar vooral veel uitprobeersels. Tot het hels wordt omdat ik het niet meer weet, ik iets anders ga doen als afleiding, hopend op een meersterlijke inval die meestal niet komt. Weer zuchtend verder ga en ineens een lijntje zie waar ik mee verder kan.

En ik moet met behoorlijk wat dingen verder. Want met een opmerking als ‘je moet de dingen wat meer uitdiepen’, daar kun je natuurlijk alle kanten mee op, al wist ik wel ongeveer welke kant. Dus ik diep de karakters uit, me daarbij voortdurend afvragend: wat zal de hoofdpersoon doen? Zou ze deze muziek leuk vinden? wat draagt ze eigenlijk? Vervolgens beschrijf ik interieurs, studentenkamers en ouderlijk huizen. Ik zoek uit van welke bands de moeder van de hoofdpersoon houdt, ik plaats in hst 2 een zaadje om daar in hst x op terug te komen. Het lijkt wel een puzzel waarvan de stukjes nog geschaafd en geknipt moeten worden.

Daarbij heb ik inmiddels na wegleggen en teruglezen, ook mijn eigen rijtje van kritiek opgesteld. Met vage bewoordingen als ‘het tweede deel is te zwaar, gooi er wat lucht in’. Fijn, mijn eigen kritiek. Want hoe doe je dat, ergens lucht in gooien? En terwijl ik mezelf vervloek om mijn onduidelijke commentaar schrijf ik even dit stukje, als afleiding. Omdat ik even niet weet hoe ik verder moet met dit helse karwei.