Magic is Everywhere – de lange versie

Na publicatie van mijn vorig bericht ‘Magic is Everywherezag ik natuurlijk nog veel haast- en tikfouten. Tijdens het corrigeren daarvan dacht ik na over de plaat ‘Wonderful life’ en de gehele tekst en ontdekte iets wat ik eigenlijk al hardlopend heel vaak dacht. Elke zin is raak. Daarom, een bescheiden aanvulling op het vorige bericht.

Op mijn Spotify runninglijst staat, oh verrassing, muziek die me laat lopen, maar ook lachen, huilen, vloeken en schelden om alles wat gebeurd (is). (… )

Hoewel de lijst meer dan 100 nummers telt en altijd op shuffle staat, is er zelden een rondje waarbij hij niet voorbij komt: Black, met Wonderful Life.

Elke zin is raak.

No need to run, and hide….’

Sta maar eens stil bij wat er gebeurt, wat je voelt; aan de slag, pak het aan, weglopen kun je niet meer, accepteer.

‘Look at me standing
Here on my own again’.

Al rennend slaat het soms in als een bom: het gevoel alleen en verlaten te zijn, in angst en wanhoop. Want wie begrijpt dit gevoel? Ik denk (nu), meer mensen dan ik dacht.

‘They seem to hate you because you’re there’.

Misschien dat dit ook een kernzin van de tekst is.

Zie je wel, alles dat fout gaat is mijn schuld. Ik kan er beter niet meer zijn, iedereen beter af. Weggekeken, weggewenst. Dat ik de enige was die dat dacht had ik pas veel later door (en niet eens altijd).

Ik stel mezelf gerust. Misshien is het zo, ‘They seem to hate you because you’re there‘, maar wees gerust, ‘Magic is everywhere.’

‘Oh I need a friend
To make me happy
Not so alone’

Laat mij niet alleen. .

Wat me elke keer, bij elk hardlooprondje, weer voluit raakt is de magie.

Black zingt: ‘Magic is everywhere.’ En tijdens elk hardlooprondje zoek ik het weer, de magic; meestal lukt het en zie ik de magic in de zonnestralen door de bomen, het elfenbankje tegen de boomstam, de baby’s in wandelwagens of eenvoudig het feit dat ik hier liep, ondanks alles, nog steeds.

Gisteren liep ik door het park en zocht hem. De magic. Maar ik zag niks; slechts de grijze winter, eenzame eenden, dode bladeren, vertrapt gras zonder enig uitzicht op licht. Natuurlijk, stommerd die ik was, Er was ook helemaal geen magic in een suf park in De Maten in Apeldoorn. Al die tijd had ik dingen gezien die er niet waren; dingen die ik wílde zien om een houvast te hebben. Want als de magic er is, is alles nog mogelijk. Een klein moment zakte de bodem onder me weg en zag ik mezelf zoals ik was; klein, nietig, worstelend met niks dat de moeite waard was. Het zijn díe gedachten die sluipend mijn gedachten overnemen en me richting duister trekken; het duister waarvan ik gisteren schreef dat die te ontwijken was door hard te lopen. Oh, ironie.

In de verte naderde een vrouw; oud, schatte ik, want haar haar ging op in de grijsheid om haar heen. Ze liep voorovergebogen, kromme rug, blik gericht op het zandpad vóór haar. ‘Schuifelend” vulde ik in. Iets dichterbij zag ik haar knaloranje jas dat me deed denken aan een outdoor/ANWB-jas. Oude mensen raken hun smaak ook nog kwijt, schoot door mijn hoofd. Ik had medelijden met de oudheid. Witte gympen ook nog.

Ik klooide wat mijn mijn oortje, Black was allang afgelopen, nog steeds zocht ik de magie.

Het moment dat ik weer opkeek zag ik de oude vrouw aanzetten. Dribbelend maakte ze tempo. Het schuifelen bleek joggen, de ANWB-jas een high-tec windjack van Nike en de gympen waren Asics uit 2016.

We passeerden elkaar en met een brede lach stak ze haar duim op. Dat had andersom gemoeten. ‘Goed hoor!’ riep ze bemoedigend. En ze rende door. In een behoorlijk tempo zag ik toen ik nog even over mijn schouder keek en ze al bijna de bocht om was.

Alles bleek toch nog mogelijk, anders dan verwacht. Nietig was ik niet meer, want gezien, gecomplimenteerd, rennend en vooral niet meer niks.

Dít is de magic dus. De hoop die haar hardlopen mij bood, mijn verbazing en bewondering, haar lieve gebaar, mijn vooroordelen onderuit geschoffeld en de verwondering.

 

 

 

Marktplaats

Ergens in de periode dat we even druk waren met andere zaken en weinig oog hadden voor andere dingen in de wereld is het gebeurd. Wij zagen het weken later.

‘Pien wordt wel echt dik he?’ Ik keek en zag niks. Nouja, een kleine uitstulping aan de zijkant, meer niet. Een dag later constateerden we dat de poes in plaats van op de bank voortdurend op tafel lag, zo plat mogelijk op haar buik, voorpoten over de rand bungelend. Net als haar moeder, toen die op het punt van knappen stond. Ook al zo’n onoplettendheid.

Nog een dag later voelden we het duidelijk bewegen, aan beide kanten van de buik en we keken elkaar aan. Bevreesd om de chaos die kittens teweeg brengen, de asiellucht die onze huiskamer zou terroriseren, onze twee kleine kinderen die ongetwijfeld voortdurend aan die beesten zouden trekken. Maar ergens tussen die doembeelden in begonnen mijn eierstokken plaatsvervangend te rammelen en won de belofte van zachtheid van nieuw, geboorte, pluis en knuffel. Niet dat we een andere keus hadden trouwens.

Twaalf weken, een gescheurde palmplant, een compleet vernielde onderkant van de bank (De Man: ‘Geeft niks, die zie je toch niet’. Hij heeft gelijk), vernielde zitting van de bank (Ik: ‘Nu wil ik wel echt die ene van de Ikea hoor, die je zelf online samen kunt stellen. Gevolg was een bank van 12 meter, dus dat wordt hem niet.) en een boel liefde later, was het zover. Tijd om uit te vliegen. Het nest te verlaten. ofwel: marktplaats.

Een wereld waarin ik de regels en gewoontes nog niet kende ging voor me open. Natuurlijk had ik wel eens wat gekocht en verkocht via Marktplaats, maar dat was meestal met één mailtje geregeld. Dit was even van een andere orde. Mensen begonnen me spontaan te bellen en dat is voor iemand met een lichte vorm van telefoonangst echt geen pretje, dus snel mijn telefoonnummer van mijn profiel verwijderd. De toestand werd vervolgd. De eerste afspraak wilde 5x van tijdstip wisselen, en kwam alsnog niet opdagen. Twintig mailtjes (en antwoorden) later -waarin iedereen katje X wilde- weer een afspraak gemaakt met een dolenthousiaste vrouw die vanuit Rotterdam zou komen voor katje X, want ‘helemaal verliefd’. Maar uiteindelijk wilden zij toch de toch liever een poesje, en laat X nou net geen poesje zijn (of was dat Y? Of XY?).

En hoewel ik in de advertentie toch best duidelijk, in kapitalen met drie uitroeptekens, voor de zekerheid, had aangegeven dat het €50,- per KITTEN!!! was, bleven de biedingen van €10/20/30 binnenstromen. Met onderstaande vermakelijke of treurniswekkende conversatie waarbij ik me werkelijk afvraag: WAT is hier niet duidelijk aan. WAT?

stomme conversatie over kittens en wat ze moeten kosten met iemand die niet begrijpt wat een vaste prijs is

 

Hiervan moest ik even een beetje huilen. Maar ik herpakte me snel. De twee lieve tijgerkatjes, die als tijdelijke werknamen Snuitje en Columbus hadden, zijn vandaag opgehaald door mensen waarvan ik eigenlijk zeker weet dat ze het daar goed  krijgen. Heel vriendelijk, warm, en geïnteresseerd, met een richting puber maar nog niet helemaal dochter. Woonachtig in Nijmegen, de stad waar ik gestudeerd en gewoond heb en waar een deel van mijn manuscript zich afspeelt. Dat moet goed zijn. En ze waren alle drie zichtbaar weg van de twee katjes. De keuze werd gemaakt.  Een beetje ongemakkelijk zette ik ze in het reismandje. ‘Nou dagdag, heb het goed.’. Het mandje werd opgetild. ‘Die ene houdt trouwens heel erg van koffie.’ zei ik nog een beetje in de ruimte. ‘Van espresso’ probeerde ik nog. ‘En van wijn.’ Maar dat laatste hoorden ze niet meer.

 

Zelfs depressie is niet alleen maar huilen boven de pillendoos.*

Dit schreef ik gisteren op Facebook. Eerder had ik zoiets al gedeeld met een kleine groep, maar deze is ‘openbaar’ en daarmee best (HEEL) eng. En dat het dan alleen maar steun geeft.

Het is vandaag dus #WorldMentalHealthDay – dat als doel heeft om psychische problemen bespreekbaar te maken en het taboe te doorbreken. Enkele maanden geleden heb ik hiermee (op deze plek) ‘geoefend’ door met een kleine groep mijn verhaal te delen. Over depressie en shit. De positieve reacties sterkte me zodat ik er daarna ook wat beter in het echte leven over durfde te praten. Vervolgens schreef ik er soms over op mijn website (al bleven vele berichten hangen in het concept-, of het ik-durf-nog-niet-stadium… en heb ik geen 1.000 bezoekers per dag, dus dat scheelde ook weer), http://rinskejansen.nl/hoi-mevrouw-de-psychiater-wat-fijn-…/
Ja, deze, klik en lees. Of niet. En nu de stap naar een grotere openheid. Omdat het dan misschien een beetje van mijn schouders valt. Omdat het nodig is, en omdat past bij herstel. Of omdat ik soms ook niet weet wat moeilijker is of zwaarder weegt; zelfstigma (mijn eigen -veelal- vernietigend oordeel over mezelf,), of (het vermeende?) stigma van anderen. Misschien valt het allemaal wel mee. Hé, hó, let’s go. Hier mijn verhaal, of een deel van mijn verhaal want zelfs depressie is niet alleen maar huilen boven de pillendoos. 💪💊💊💊💊💊🍀😍😷 

https://mindblue.nl/ervaringsverhaal/een-tof-leven-en-tch-steeds-weer-een-depressie/1193

Het regende steun. het was hartverwarmend en daarnaast gleed er, inderdaad, een berg van mijn schouders. Zo, het ravijn in.

Bam.

Is alles nu opgelost? Ha, zeker niet. Maar de bewuste keuze voor openheid doet me goed. Lang heb ik me laten tegenhouden. Schuldgevoel, schaamte, zelfhaat, ‘wat vindt iedereen’; alles deed er alles aan om het in me te houden. Misschien dat de behandeling van die depressie naast ‘zelfinzicht’ ook wel een soort openheid als resultaat heeft. Want dit delen, en steun ontvangen, is helpend, echt, zoveel meer dan je je voor zou kunnen stellen. Alleen al dat mensen het weten, laten weten dat ze het weten maar dat je het er verder niet uitgebreid over hoeft te hebben. Maar dat het wel kan.

En dat ik nu berichtjes krijg van mensen die het herkennen, waarvan ik het niet wist. Iemand met wie ik leuk contact had en die altijd zo opgeruimd overkwam…En ik me betrap op de gedachte (die mensen ook bij mij hebben)……

“HUUH? JIJ?”

“Ja jij, ja ik,”

‘Thee?’

 

 

*de titel is geïnspireerd op de blije eikel methode van Sanne X