Zij:”Hé, ik ben niet gelukkig.” Sigmund: “Klopt. Anders nog iets?”

Waar begint en stopt de openheid? In hoeverre zou je open moeten zijn voor “iedereen” of voor een kleinere groep, vrienden/familie? Ik vraag me dit af omdat er veel thema’s zijn die me raken, en waarbij ik de worsteling voel het al dan niet te “delen”. Waarom wel? Waarom niet? Waarom alles open gooien? Waarom niet? is dat schaamte? Of gewoon een ‘privacy-ding’? Waarom wel? Op zoek naar steun, of aandacht, om anderen steun te bieden, of…wat?

Nee, ik schreeuw de meeste dingen niet van de daken. Maar het “voor me houden” is ook geen optie meer. Het vinden van een tussenweg blijkt behoorlijk lastig; de worsteling tussen ‘open en eerlijk’ en ‘privé, het gaat je geen fuck aan’ is er één van uitersten. De ene dag slaat de balans over naar de ene kant, de andere dag naar de andere. Het is geen wetenschap. Was het maar zo. Met een formule uitrekenen of ik iets ‘in the open’ moet gooien of het beter voor mezelf en enkele vrienden kan houden. Dezelfde overweging kan bovendien elke dag weer een andere uitkomst hebben; geen dag hetzelfde. Het onderwerp werkt niet echt mee; beladen, naar, kwetsbaar. Depressie, suïcidalieit, PTSS, behandeling, paniek.

Niet de makkelijkste gespreksonderwerpen voor bij de koffie. maar tóch, probeer ik het stapje voor stapje ‘in the open’ te gooien. Niet om ‘aandacht’. Wel om steun, voor als het nodig is, begrip, voor als ik iets niet kan. Maar ook omdat het onontkoombaar iets is wat nu de hoofdrol speelt in mijn leven. En dat dat negeren of ontkennen misschien nog wel moeilijker is dan de openheid opzoeken. Omdat de depressie nu al anderhalf jaar mijn leven bepaalt. Het negeren daarvan is het negeren van mezelf. Het doen alsof het er niet is is alsof ik er zelf al niet meer ben. Juist omdat het zoveel impact heeft op mijn (ons) leven. Omdat het zo ingrijpt, alles overhoop gooit, alles verwoest, daarna sterker maakt, of het weer onderuit schopt. Het ís er. Het omarmen gaat me iets te ver, maar het accepteren, binnenlaten, toelaten (en wegwerken) is een begin.

 

 

Zelfs depressie is niet alleen maar huilen boven de pillendoos.*

Dit schreef ik gisteren op Facebook. Eerder had ik zoiets al gedeeld met een kleine groep, maar deze is ‘openbaar’ en daarmee best (HEEL) eng. En dat het dan alleen maar steun geeft.

Het is vandaag dus #WorldMentalHealthDay – dat als doel heeft om psychische problemen bespreekbaar te maken en het taboe te doorbreken. Enkele maanden geleden heb ik hiermee (op deze plek) ‘geoefend’ door met een kleine groep mijn verhaal te delen. Over depressie en shit. De positieve reacties sterkte me zodat ik er daarna ook wat beter in het echte leven over durfde te praten. Vervolgens schreef ik er soms over op mijn website (al bleven vele berichten hangen in het concept-, of het ik-durf-nog-niet-stadium… en heb ik geen 1.000 bezoekers per dag, dus dat scheelde ook weer), http://rinskejansen.nl/hoi-mevrouw-de-psychiater-wat-fijn-…/
Ja, deze, klik en lees. Of niet. En nu de stap naar een grotere openheid. Omdat het dan misschien een beetje van mijn schouders valt. Omdat het nodig is, en omdat past bij herstel. Of omdat ik soms ook niet weet wat moeilijker is of zwaarder weegt; zelfstigma (mijn eigen -veelal- vernietigend oordeel over mezelf,), of (het vermeende?) stigma van anderen. Misschien valt het allemaal wel mee. Hé, hó, let’s go. Hier mijn verhaal, of een deel van mijn verhaal want zelfs depressie is niet alleen maar huilen boven de pillendoos. 💪💊💊💊💊💊🍀😍😷 

https://mindblue.nl/ervaringsverhaal/een-tof-leven-en-tch-steeds-weer-een-depressie/1193

Het regende steun. het was hartverwarmend en daarnaast gleed er, inderdaad, een berg van mijn schouders. Zo, het ravijn in.

Bam.

Is alles nu opgelost? Ha, zeker niet. Maar de bewuste keuze voor openheid doet me goed. Lang heb ik me laten tegenhouden. Schuldgevoel, schaamte, zelfhaat, ‘wat vindt iedereen’; alles deed er alles aan om het in me te houden. Misschien dat de behandeling van die depressie naast ‘zelfinzicht’ ook wel een soort openheid als resultaat heeft. Want dit delen, en steun ontvangen, is helpend, echt, zoveel meer dan je je voor zou kunnen stellen. Alleen al dat mensen het weten, laten weten dat ze het weten maar dat je het er verder niet uitgebreid over hoeft te hebben. Maar dat het wel kan.

En dat ik nu berichtjes krijg van mensen die het herkennen, waarvan ik het niet wist. Iemand met wie ik leuk contact had en die altijd zo opgeruimd overkwam…En ik me betrap op de gedachte (die mensen ook bij mij hebben)……

“HUUH? JIJ?”

“Ja jij, ja ik,”

‘Thee?’

 

 

*de titel is geïnspireerd op de blije eikel methode van Sanne X

Hoi mevrouw de psychiater, wat fijn dat je er bent.

M. liep voor me de trap op. Sneller dan ik bijhouden kon. Met een kop koffie in mijn ene hand, een glas water in de andere, een tas over mijn schouder, een zonnebril op mijn hoofd en een heleboel zweet op mijn rug (bijwerking), voelde ik me nogal zwaar en log toen ik achter haar aan de trap op sjokte. Zij had een kopje koffie en een pak tissues in haar hand. Daarmee fladderde ze de trap op, luchtig als ze was. In haar zomerjurkje. Om daarna in goed gekozen woorden uitleg te geven over hoe alle neurotransmitters in mijn hersenen werken. En uitleg over mij en de koker van de depressie en suïcidaliteit. Hoi!

‘Hé, dat pak tissues zijn voor jou, dat snap je natuurlijk wel.’ Een gemeende, bijna meisjesachtige lach die door de kamer klaterde. De vorige keer dat ik haar zag had ik met tenenkrommende tegenzin en schaamtevol ongemak wat tissues nodig gehad. ‘Fok, ik ga echt niet huilen hoor’ zei ik toen nog. Tevergeefs. Ze had het onthouden en ongewild moest ik grinniken. om haar tissue-grapje.

Haar lach en mijn gegrinnik  vermorzelde de ongemakkelijke stilte (voor mij ongemakkelijk, ik vermoed dat zij er wel aan gewend is) tussen psychiater en patiënt. Even waren we gelijk. Net als toen we in het keukentje koffie inschonken. Of praatten over de opblaaszwembadjes voor de kinders. We vinden herkenning bij elkaar in het moeten plakken van zwembadjes die steeds lek raken, en ‘schoolpleinstress’. Het is een soort gelijkheid in het  moederschap. En nog blijf ik de patiënt, zij de behandelaar. Niks mis mee (hoewel?), wel wennen. Ik zie mezelf liever als medebehandelaar, desnoods van mezelf, en ik laat de ratio en de wetenschap graag overheersen. Daar kan ik namelijk goed mee uit de voeten. Niet met de depressie; die overspoelt me en daar kan ik niks nee. Maar daar móet ik wel wat mee. Maar ik wil graag gelijk zijn, ik hou niet van onevenwicht. Is patiënt-behandelaar onevenwicht? Voor mij blijkbaar wel. Hoewel het mij niet minder maakt en haar niet meer is er toch overwicht – ongelijkheid. Al was het maar in kennis, ratio, overzicht en psychische state of mind. En dat ik haar (en meneer P. en mevrouw A., ze doen aan teamwerk daar) nodig blijk te hebben om mezelf te duiden. En om te overleven.

Na een uur, met de nodige issues besproken, pak ik mijn tas, bijna klaar. Opgelucht, en sterker, zoals altijd wanneer ik bij haar vandaan kom. ‘Hé’, zegt M., schijnbaar verongelijkt, ‘De tissues heb je helemaal niet gebruikt. ‘ We grinniken naar elkaar. Ha, niet gehuild! Mooie verbinding vind ik het. In alle kwetsbaarheid en ongemak toch kunnen grijnzen en lachen om dit soort kleine dingen. Want huilen was ook geen probleem geweest. Heb ik eerder gedaan bij haar. Wel met moeite. want huilen bij je therapeut vind ik zó stereotype dat ik het niet wil doen. Ik laat me verdomme toch niet kennen. Tot er plots iets uit mijn oog drupte.

Wij zijn gelijk, en zij helpt mij. Met dat uitgangspunt kan ik wel verder. Hulp nodig hebben is niet perse een onevenwicht, zeg ik hardop.

Bovendien legt zij mij mezelf uit. Zij licht toe hoe ik me voel en waarom dat zo is.  Of hoe het werkt. Zij begrijpt wat ik niet kan begrijpen, waar mijn ratio niet bij kan, waar mijn gevoel teveel schuld voelt om het te kunnen begrijpen. Zij begrijpt soms meer van dat ene aspect dan ik kan. Ze licht toe, en dan snap ik het ook. En ze oordeelt nooit. Waardoor alles veilig is. En daardoor leer ik mezelf begrijpen. En kom ik elke keer weer, hoe beroerd ik er ook inging, gesterkt de spreekkamer uit. En bovenal, ze begrijpt het onmogelijke. Legt uit wat voor mij onmogelijk lijkt. En daarbij lachen we altijd zo veel, dat ik me soms tijdens ‘de sessie’ afvraag of het nou allemaal zo erg is; want we lachen zo veel, ik voel me ‘fijn’ voor zover dat kan. Voel me veilig, open, kwetsbaar en geholpen in al mijn ongemak. Laat dit een begin zijn.

—- Dit stukje schreef ik ruim drie maanden geleden. En nu, 24 revisies later durf ik het dan misschien eindelijk te publiceren. Tenminste, als ik op ‘Publiceren’ klik. Ik kan ook nog op ‘Concept opslaan’ klikken, zoals ik dat al 3 maanden en 24x eerder gedaan heb. En waarom zou ik dit publiceren, het is zo privé…. Misschien daarom wel. Omdat ik het stigma, het zelfstigma en taboe, eraf wil hebben. #openup