Een jaar en een boel hartjes

Het afgelopen jaar heb ik doorstaan en overleefd. En dat hoefde ik niet alleen te doen,  daarom: hartjes voor alle lieve mensen die me gesteund hebben.

Een heleboel lieve mensen om me heen gaven me een vangnet. Ik was dan wel niet altijd (meestal niet) in staat de aangeboden hulp aan te nemen, steun te vragen of gewoon koffie te komen drinken (de bank was mijn veilige haven); dat lieve mensen er voor me waren was al genoeg. De lieve kaartjes, de smiley-ballon, kleine gebaren, kopjes thee, lieve opmerkingen, steunende ‘thumps up’ lieve vragen (en vooral lieve -niet-vragen. ‘Fijn dat je er bent’  in plaats van  ‘He, hoe is het nu?’), het niet vrolijk hoeven zijn om er te mogen zijn; dat alles deed, en doet me nog steeds, goed.

En dan mijn super fantastische toffe gezin. De gedachten die de depressie me influisterden – ‘Wat doe ik jullie aan? Ik ben slecht’ – is langzaam gekanteld naar ‘Wat ben ik blij met jullie en wat wil ik graag bij jullie zijn’ ….Het is een ziekte, ik ben niet schuldig.’ Ik moet het me nog dagelijks inprenten, maar zolang me dat lukt gaan we vooruit.

Dit  jaar hebben we samen doorstaan., met ons hele gezin van vijf, dat goud waard is, meer dan goud. Het heeft me gered. Onvoorwaardelijke liefde was niet eens de vraag maar werd met ontroerende vanzelfsprekendheid gegeven. Ik kon dat lang niet altijd ontvangen, was er niet toe in staat, maar kreeg het desondanks, voortdurend, net zolang tot ik niet anders kon dan het te ontvangen. En waarderen. En er blij mee zijn.

Hoe chagrijnig ik ook was, zeurde en mopperde over niks, avonden in joggingbroek en trui met gaten op de bank series bingde, ruzie schopte omdat ik ook niet wist wat er aan de hand was, huilde om alles en vooral om niks, knetter gespannen en onbenaderbaar was, hij was er, en bleef. Na een half jaar psycholoog en vier maanden wachtlijst hadden we zelf min of meer de diagnose al wel gesteld, maar de officiële was een opluchting. De weg naar behandeling lag voor ons. Dat dat zo lang zou duren hadden we eigenlijk niet gedacht.

 

Eindeloos sleepte lief me mee; naar de hei, het bos. De deur uit, want buiten maakt beter. In stromende regen, krakende sneeuw en snijdende wind. Lopend, rennend of op de racefiets door desolaat landschap. ‘Volgende keer word ik depressief in de zomer’, grapte ik nog, niet wetend dat deze depressie door zou gaan tot de lente, zomer, herfst, winter tot het volgende jaar in. Niet weg te  krijgen. Net als mijn lief.

Elke paniekaanval was hij er voor mij, troostte, pakte me vast, steunde me. Het was zwaar en confronterend, voor hem en voor mij. Een jaar van zorgen en doemscenario’s, elkaar soms even met rust laten omdat het zo verdomd moeilijk was/is, maar vooral elkaar vasthouden, niet loslaten.

De laatste blog van dit enge, moeilijke en tegelijk vertrouwenwekkende jaar is voor de lieve menschen, voor mijn toffe gezin en vooral voor mijn lieve lief. Omdat hij er altijd voor me was, is, zal zijn. <3

 

Een jaar en een credo – UP!

Terugblikken op 2017?
Liever niet.

Vooruitblikken op 2018?
Met enige angst en vrees. En hoop.
Ben ik te negatief? Neuh. Realistisch? Denk het wel.

Ik ga me aan het credo hieronder vasthouden, er in elk geval vertrouwen in hebben. Dat`up’ de enige weg is (wat het niet helemaal waar is, want op dit moment sta ik boven het dal, dus de andere kant op is ook nog mogelijk, maar da’s niet hoopvol). En laten we dit jaar hoopvol afsluiten. En dat van morgen net zo hoopvol beginnen. En er een mooi jaar van maken.