“Here comes the future… and she ain’t takin’ shit from nobody.”

De afgelopen week werden we bruut geconfronteerd met (één van de vele) racistische (politie)moorden in de VS. Ik heb het vaker gezien, op tv, social media maar dichterbij dan dat kwam het niet. En dat is niet aan mijzelf te danken, maar is mij aangewaaid.

Ik las, wilde weten hoe en wat en meer van dat. Een paar zoektermen later rolde een lijst namen over mijn computerscherm. Allemaal zwarte mensen die slachtoffer waren van racistisch politiegeweld.

Nu klinken overal in het land steunbetuigingen om de #Blacklifematters beweging te steunen. Oproepen voor donaties, statements van meer en minder bekende Nederlanders, protestacties en demonstraties. Ook ik wil wat doen. Solidariteit betuigen, praktische ondersteuning bieden, ik zoek naar wat ik kan doen.

Ondertussen lees ik over Breonna Taylor, die door politiekogels werd doorzeefd terwijl ze in haar huis lag te slapen. Over Ahmaud Arbery die door een vader en zoon werd doodgeschoten omdat hij als zwarte man in een witte wijk aan het joggen was. Over Mitch Henriquez die in 2015 na een hardhandige arrestatie door een nekklem overleed. De agenten kregen een voorwaardelijke gevangenisstraf.
En nu; George Floyd een 46-jarige Afro-American, geboren in North Carolina en opgegroeid in Houston,Texas, die gedood werd door een knie van een agent die alle lucht afsneed, terwijl de collega-agenten op de wacht stonden, zodat omstanders niet konden ingrijpen. George Floyd, die binnen enkele minuten meer dan tien keer ‘I can’t breath’ had geroepen.  Die met de knie van de politieagent op zijn nek door diezelfde agent werd gesommeerd op te staan. ‘Get up, get in the car.’ Waarop hij slechts kon antwoorden ‘I can’t, your knee is on my neck. Please take it of.’

Het was een gruwelijk irreëel tafereel. Nee. Het was veel meer dan dat. Ik keek naar een man die vanuit het niks door de politie gedood werd. Hij was een man, een lief van iemand, een zoon, een broer, een vader van 2 dochters, zijn oudste dochter 22, zijn jongste een meisje van 6 jaar. Hijzelf was basketbalspeler en een ‘gentle giant’, volgens zijn vrienden en familie.
Hij riep om zijn moeder.Omstanders filmden, protesteerden en werden op afstand gehouden door de agenten. Met het gruwelijke einde als besef is er niet naar te kijken.
Ik kon het niet meer aanzien en klapte mijn laptop dicht. Er moet iets veranderen, maar hoe? En wat kon ik daar aan doen?

Op de dam in Amsterdam wordt geprotesteerd, morgen in Den Haag, later in Rotterdam.
De wereldverbeteraar in mij wil erheen. Laten zien dat ik solidair ben. Dat ook ik, als witte geprivilegieerde vrouw, de BLM beweging steun.
Maar: corona, reizen, de 1,5 meter maatschappij, geliefden in de kwetsbare groep. Het leek me niet verstandig. Dus bleef ik thuis.

Mijn luxe

Want, die luxe kan ik me permitteren. Ik kan zeggen, ‘nu even niet’ als het niet uitkomt om er te zijn en te ondersteunen. Ik kon die laptop dichtklappen omdat ik het niet meer kon aanzien. Het overkwam mij niet, mijn familie niet, mijn vrienden niet.
Ik kan denken ‘nu even niet’ als ik ’s avonds laat, moe geworden van het (lezen over) politiegeweld, van racisme en uitsluiting, van rellen en nog meer politiegeweld, mijn computer dicht kan klappen en even een serie gaan kijken.
Ik heb de luxe van vrijblijvendheid, van zeggen dat ik ‘niet kijk naar kleur’.
Ik heb de luxe van wegkijken of me terugtrekken uit een debat over dit onderwerp.
Voor bruine en zwarte mensen is verzet tegen racisme geen luxe maar noodzaak. Zij hebben er immers dagelijks mee te maken.

Hoe ik ook denk en voel geraakt te zijn, het raakt mij nooit persoonlijk. Mijn emotie doet er hier ook niet toe, het is niet mijn pijn. Ik kan de laptop dichtklappen. Omdat ik wit ben.
Nederland is woedend en mensen komen massaal in beweging, de Dam staat vol.
Hoe goed ook, hoe belangrijk en waardevol; deze woede zal afzwakken en veel mensen zullen zich weer terugtrekken in hun geprivilegieerde wereld. Maar velen hebben dit privilege niet. Die kunnen niet denken ‘nu even niet’ en in een inclusieve maatschappij verder leven.

Lang had ik het voorrecht om te denken dat racisme in Nederland niet bestaat. Ja, soms is er een eigen-volk-eerst-pannenkoek, of een verdwaalde neonazi, maar verder wordt iedereen toch gelijk behandeld? Wij kijken niet naar kleur, toch? Een kleine 30 jaar heb ik dat kunnen denken. Niet gestoord door mijn huidskleur, of door de reacties en uitsluitingen door mijn huidskleur. Maar racisme zit in veel meer dan scheldwoorden of expliciete minder, minder, minder…uitspraken. Het zit hem bijvoorbeeld in jezelf niet vertegenwoordigd zien in publiek landschap, in politiek.

Als ik de tv aanzet zie ik mensen van mijn kleur. Als ik een tijdschrift opensla, een schoolboek pak, televisiereclames bekijk; ik zie mezelf vertegenwoordigd. De term ‘huidkleurig’ slaat op mij, niet op een bruine huid.

Ik zie geen donkere pleisters bij de drogist, amper donkere mensen in het culturele en publieke domein, en de tafels van actualiteitenprogramma’s worden door witte mannen gedomineerd.
En dan zijn dit nog maar de voorbeelden waarvan ik me realiseer dat het (institutioneel) racisme is. Ik, als witte vrouw, word zelf niet geraakt door racisme. Ongetwijfeld zijn er nog vele andere voorbeelden van institutioneel racisme, die mij niet raken, die ik niet eens opmerk.

Ik hoef niet bang te zijn

Ik hoef niet bang te zijn dat mijn dochter voor ‘zwarte piet’ wordt uitgemaakt. Mijn angst daaromtrent beperkt zich tot de hoop dat mijn dochter een zwart persoon niet aanziet voor een zwarte piet en een schaamteloze opmerking maakt. Dat is nogal een verschil.
Ik hoef niet bang te zijn dat mijn dochters worden uitgesloten vanwege hun andere huidskleur. Ik hoef alleen maar met ze te praten en ervoor te zorgen dat zij geen kinderen uitsluiten. Weer een enorm verschil.
Ik hoef niet bang te zijn dat mijn puberstiefzoon tijdens het chillen met vrienden wordt aangehouden en met geweld in een politieauto wordt gegooid. Een ‘gedraag je een beetje’ is voldoende.Daar komt ‘Let een beetje op je vrienden’ nu ook bij.
Ik hoef mijn kinderen niet te waarschuwen hun handen te laten zien en ja meneer agent, ja, mevrouw agent te zeggen tegen agenten. Het enige is dat ik ze moet leren is voor zichzelf op te komen, ook bij politie, en voor hun vrienden op te komen.
Ik hoef niet bang te zijn aangehouden te worden als ik een dure auto rijdt die ik heb geleend. Of gekocht.
Ik hoef niet bang te zijn dat mijn kinderen een onderadvies krijgen van de juf. Ik moet er alleen maar voor zorgen dat ze een beetje hun best doen, dan krijgen ze het advies die zij ze passen, en niet bij hun kleur. Of eigenlijk wel bij hun kleur. Want waar de ene groep achtergesteld wordt, wordt de andere vanzelf bevoordeeld.

Ook ik werk mee in dit systeem.  Door lange tijd van niks te weten maar me er ook niet al te veel in te willen verdiepen, want ‘zo erg is het toch niet in Nederland?’ Lekker gemakkelijk naar de VS wijzen, met hun barbaarse rednekkerige cops. Maar zo erg is het dus óók wel in Nederland.

Wat ik kan doen is mezelf uitspreken, mezelf onderwijzen, leren, heel veel leren.
De structuur van de macht veranderen, de inbedding van racisme zien, benoemen en veranderen. Op de Dam gaan staan, of de Erasmusbrug of het Marktplein in f**ing Apeldoorn. Laat je zien, horen, spreek je uit, wees solidair. Sta om elkaar heen, en doe zoals het meisje in onderstaande video.
“Here comes the future… and she ain’t takin’ shit from nobody.”

2 reacties

Reageer

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd. *

Gerelateerde artikelen