Hoi mevrouw de psychiater, wat fijn dat je er bent.

M. liep voor me de trap op. Sneller dan ik bijhouden kon. Met een kop koffie in mijn ene hand, een glas water in de andere, een tas over mijn schouder, een zonnebril op mijn hoofd en een heleboel zweet op mijn rug (bijwerking), voelde ik me nogal zwaar en log toen ik achter haar aan de trap op sjokte. Zij had een kopje koffie en een pak tissues in haar hand. Daarmee fladderde ze de trap op, luchtig als ze was. In haar zomerjurkje. Om daarna in goed gekozen woorden uitleg te geven over hoe alle neurotransmitters in mijn hersenen werken. En uitleg over mij en de koker van de depressie en suïcidaliteit. Hoi!

‘Hé, dat pak tissues zijn voor jou, dat snap je natuurlijk wel.’ Een gemeende, bijna meisjesachtige lach die door de kamer klaterde. De vorige keer dat ik haar zag had ik met tenenkrommende tegenzin en schaamtevol ongemak wat tissues nodig gehad. ‘Fok, ik ga echt niet huilen hoor’ zei ik toen nog. Tevergeefs. Ze had het onthouden en ongewild moest ik grinniken. om haar tissue-grapje.

Haar lach en mijn gegrinnik  vermorzelde de ongemakkelijke stilte (voor mij ongemakkelijk, ik vermoed dat zij er wel aan gewend is) tussen psychiater en patiënt. Even waren we gelijk. Net als toen we in het keukentje koffie inschonken. Of praatten over de opblaaszwembadjes voor de kinders. We vinden herkenning bij elkaar in het moeten plakken van zwembadjes die steeds lek raken, en ‘schoolpleinstress’. Het is een soort gelijkheid in het  moederschap. En nog blijf ik de patiënt, zij de behandelaar. Niks mis mee (hoewel?), wel wennen. Ik zie mezelf liever als medebehandelaar, desnoods van mezelf, en ik laat de ratio en de wetenschap graag overheersen. Daar kan ik namelijk goed mee uit de voeten. Niet met de depressie; die overspoelt me en daar kan ik niks nee. Maar daar móet ik wel wat mee. Maar ik wil graag gelijk zijn, ik hou niet van onevenwicht. Is patiënt-behandelaar onevenwicht? Voor mij blijkbaar wel. Hoewel het mij niet minder maakt en haar niet meer is er toch overwicht – ongelijkheid. Al was het maar in kennis, ratio, overzicht en psychische state of mind. En dat ik haar (en meneer P. en mevrouw A., ze doen aan teamwerk daar) nodig blijk te hebben om mezelf te duiden. En om te overleven.

Na een uur, met de nodige issues besproken, pak ik mijn tas, bijna klaar. Opgelucht, en sterker, zoals altijd wanneer ik bij haar vandaan kom. ‘Hé’, zegt M., schijnbaar verongelijkt, ‘De tissues heb je helemaal niet gebruikt. ‘ We grinniken naar elkaar. Ha, niet gehuild! Mooie verbinding vind ik het. In alle kwetsbaarheid en ongemak toch kunnen grijnzen en lachen om dit soort kleine dingen. Want huilen was ook geen probleem geweest. Heb ik eerder gedaan bij haar. Wel met moeite. want huilen bij je therapeut vind ik zó stereotype dat ik het niet wil doen. Ik laat me verdomme toch niet kennen. Tot er plots iets uit mijn oog drupte.

Wij zijn gelijk, en zij helpt mij. Met dat uitgangspunt kan ik wel verder. Hulp nodig hebben is niet perse een onevenwicht, zeg ik hardop.

Bovendien legt zij mij mezelf uit. Zij licht toe hoe ik me voel en waarom dat zo is.  Of hoe het werkt. Zij begrijpt wat ik niet kan begrijpen, waar mijn ratio niet bij kan, waar mijn gevoel teveel schuld voelt om het te kunnen begrijpen. Zij begrijpt soms meer van dat ene aspect dan ik kan. Ze licht toe, en dan snap ik het ook. En ze oordeelt nooit. Waardoor alles veilig is. En daardoor leer ik mezelf begrijpen. En kom ik elke keer weer, hoe beroerd ik er ook inging, gesterkt de spreekkamer uit. En bovenal, ze begrijpt het onmogelijke. Legt uit wat voor mij onmogelijk lijkt. En daarbij lachen we altijd zo veel, dat ik me soms tijdens ‘de sessie’ afvraag of het nou allemaal zo erg is; want we lachen zo veel, ik voel me ‘fijn’ voor zover dat kan. Voel me veilig, open, kwetsbaar en geholpen in al mijn ongemak. Laat dit een begin zijn.

—- Dit stukje schreef ik ruim drie maanden geleden. En nu, 24 revisies later durf ik het dan misschien eindelijk te publiceren. Tenminste, als ik op ‘Publiceren’ klik. Ik kan ook nog op ‘Concept opslaan’ klikken, zoals ik dat al 3 maanden en 24x eerder gedaan heb. En waarom zou ik dit publiceren, het is zo privé…. Misschien daarom wel. Omdat ik het stigma, het zelfstigma en taboe, eraf wil hebben. #openup

 

 

9 gedachten over “Hoi mevrouw de psychiater, wat fijn dat je er bent.”

  1. Wat herkenbaar Rinske, mooi geschreven en fijn dat je het tóch deelt!
    Heb sinds je eerste “openheid” (opening?) (…) (eerdere stukje!) veel aan je gedacht. Hoe het nu toch met je zou gaan en hoe ik hoopte dat het gevecht misschien wel een discussie of een onenigheid zou worden.

    Mooi om weer wat van je te lezen, ik vind je echt superstoer!

    1. Dankjewel Deb, lief van je!
      Mooi gezegd, de hoop dat het gevecht misschien wel een discussie of onenigheid zou worden.
      ‘Nietes!’
      ‘Welles!’
      Echt niet!
      ‘Wel!
      ‘Nietes, ik ben bést blij..’
      ‘Oh. Oke dan, jij wint.’
      <3

  2. Ik weet niet of je me nog heel goed herinnert. Maar ik herinner me jou wel! Mavo afgerond. Havo hoppa! Daarna weet ik even niet, maar uiteindelijk weet ik dat JIJ je propedeuse zo ongeveer cum laude had! Als ik het heb over doorzettingsvermogen (en blijkbaar hebben we het daar regelmatig over in de grote mensen wereld), dan neem ik jou als voorbeeld. Nog steeds! Ergens verbaast het mij de depressies, anderzijds het kan iedereen overkomen door een trigger of iets genetisch. Maar als 1 iemand dat kan overwinnen op basis van doorzettingsvermogen, dan durf ik wel te zeggen dat ook JIJ dat weer bent! Ik hoop dat het nu beter met je gaat en dat er een moment komt dat je je alleen nog maar drukt hoeft te maken over het feit waar je die dag weer van gaat genieten! Mooi dat je sinds de lente al weer kan genieten van jouw meiden. Zonder schuldgevoel aan te willen praten, dat lijkt mij het moeilijkste van alles! Weten dat je hun hebt, dat je van ze houdt, en er verder helemaal niets mee kan!

    1. Wat een lieve reactie Zaraida! Ik herinner me je zeker nog goed, van de uni, en alle uren treinen/bussen 🙂 Dat je mij een voorbeeld van doorzettingsvermogen noemt…wauw, dat vind ik echt heel erg tof om te horen, dankjewel. Inderdaad, het niets kunnen met de mensen van wie je wéét dat van ze houdt maar het niet voelt is heel naar. Hoop dat ik me snel weer druk kan maken om de vraag waar ik nóu weer van ga genieten, mooi gezegd! Bedankt voor je reactie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *