Huiswerk

Ik had ze naar buiten zien stormen. Vol overgave mokkend. Jas over de arm, tas slepend over de stenen. De klas vol met 8- en 9-jarigen.

Het kleuterplein al lang ontgroeid, de achtstegroepers nog ver boven verbeelding.

‘We hebben huiswerk!’ als was het een noodkreet. Het wás ook een noodkreet. Maar wel een zo vol drama dat het bijna een eerbetoon leek,

Mam, pap, we hebben HUISWERK, dus we zijn al groot. En we willen geen huiswerk, want wat is dat en wat moeten we ermee, we weten het niet maar weten wel dat we het niet leuk moeten vinden. We moeten mopperen, want huiswerk is shi, eh, chips, zeg ik toch, mam, dat zei ik hoor. Ze gromde nog wat na.

Ik knikte, zou wel helpen met het huiswerk. Ze moeten nog wel leren vloeken, noteerde ik binnensmonds.

Dat ik niet mocht helpen werd me later duidelijk door de dochter verteld. ‘Ik moet het alleen doen!’

‘Maar wil je me wel even helpen?’ Het volgde elkaar naadloos op. Ik hielp. Althans, probeerde dat. Alleen snapte ik, net als de dochter,  de vragen niet goed. ‘Wat is deelbaar door 2?’ En dan een rijtje getallen. Ik twijfelde. Alles is natuurlijk deebaar door 2. Het komt niet altijd even mooi uit, maar daar werd niet naar gevraagd.

‘Ze bedoelen dat het klopt mam.’ Aha, ‘dat het klopt’ is een hele mooie uitleg over ‘getallen deelbaar door 2 die bij de uitkomst oook nog mooi rond zijn’.

“Maak het rijtje af met de goede woorden…’Samenstellingen; een rijtje van 3 woorden waar één woord achter past (glas, pot, zakje –> thee; dat soort werk)

Elk woord is goed; natuurlijk willen ze na ‘tuin’, gif’ en ‘ring’ het woord ‘slang’ hebben, maar het alternatief, ‘gras’, of ‘pad’, staat weliswaar niet in de Dikke van Dale, maar kan ook prima, toch? Ik raak zelf een beetje in de war; ik weet wat het ‘goede’ antwoord is, maar veel andere antwoorden zijn minstens zo goed. Ik bewonder de dochter die bijna zonder na te denken de woorden met elkaar verbindt.

Bij de laatste vraag stokt ze. Ik zie haar in de war raken. Zoeken, de bladzijde omkeren om terug te lezen, nog meer zoeken.

‘Ik weet het niet mam’, ik hoor aan haar stem dat ze het echt niet tof vindt.

‘Deze heb ik echt niet goed hoor.

“Lees de vraag eens voor?’

‘Noem de drie moeilijke woorden uit deze opdracht.’

Ze valt stil.

Ik schiet in de lach, snap het struikelbok, probeer het niet voor haar in te vullen.

‘Welke woorden uit de tekst vind je lastig?’ Probeer ik.

‘Ze zíjn helemaal niet moelijk.’ sputterde ze. ‘Maar de juf heeft niet gezegd dat ik dat ook mag antwoorden…dus…. Dat antwoord is fout!’

‘Kijk nog even verder in de tekst.’

Koortsachtig speurde ze naar moeilijke woorden, ik zag haar ogen over de zinnen flitsen. Tot ze de bladzijde moedeloos weglegde. ‘Dit kan ik nooit! Niks is moellijk, maar dat staat er niet bij. Dus, mag ik dat niet antwoorden?’

‘Jouw antwoord is altijd goed ook als hij fout is.’ was mijn uitleg. Oke, die had beter gekund.

 
Ook toe aan wat verdieping? 5 nummers Wetenschap in Beeld € 14,95

Een reactie

  1. De reactie van moeder Rinske is prachtig, die van Lotte fenomenaal.
    De verwarring dat je geen moeilijke woorden kunt vinden………………..
    schitterend mooi Help ik doe het niet goed, want ik zie de moeilijke woorden niet, omdat het voor mij niet moeilijk is.
    Wat nu? Help, dit is wel mijn eerste huiswerk.

Reageer

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd. *

Gerelateerde artikelen