Lezen

Het schrijven maakt het lezen een stuk minder leuk. Bij elk ‘slecht’ geschreven boek voel ik een soort misplaatste ‘tssss, dit wel gepubliceerd en die van mij niet-‘ steek. En bij elk ‘goed’ boek weet ik zeker dat ik zoiets nooit zal kunnen, dat het boven mijn macht ligt en wil ik mijn manuscript weggooien en opnieuw beginnen. Of niet beginnen. Want zoiets goeds zal ik nooit kunnen schrijven.

Bij elke mooie zin die ik lees zie ik mijn eigen kromme zinnen. Bij elke in elkaar verweven verhaallijnen lees ik mijn eigen houtje-touwtje verhaal. Bij elke dialoog denk ik aan mijn eigen gekunstelde dialogen. Bij elk succesvol debuut verbijt ik enig jaloezie, lees het boek en weet het zeker: dit kan ik nooit. Bij elk mooi uitgewerkt thema zie ik ik mijn eigen afgeraffelde thematiek.

Waarom ik dan toch blijf schrijven, schrappen, veranderen, proberen, vloeken en niet-roken (niet-roken omdat ik het zo graag wel zou willen, maar er al meer dan twee jaar geleden mee gestopt ben. En het blijkbaar toch een issue blijft)?

Omdat ik ergens misschien toch denk, hoop, maar vooral denk, dat ik wel iets in handen heb, qua schrijverij. Dat ik het wel kan. Dat de begeleiding van een redacteur misschien wel de doorslag kan geven. Dat ik het daarom zo graag wil: Een uitgever. Iemand die zegt, al is het aarzelend: ‘Mm, ja, ik zie er wel iets in, maarrrrr…….’ en dat er dan een redacteur komt die mij helpt de ‘maar’ te doen verdwijnen.  En dat het verhaal uitgegeven wordt, met de kwaliteitsstempel van een uitgever. En dat ik dan pas echt een boek geschreven heb. Zodat ik verder kan, naar ‘het boek na het debuut.’ Dat nóg moeilijker schijnt te zijn, maar dat ik daar nu al zin in heb.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.