Mountainbike revisited

Ergens vóór het jaar 2002 kocht ik een mountainbike. Een geel met zwarte Giant, ATX 860 afgemonteerd met Sram 7 (dit voor de kenners of de liefhebbers).

Hoe ik weet dat het voor 2002 was? In het (nog steeds) bemodderde zadeltasje (ja, sorry, als amateur moet ik toch echt zelf mijn band plakken en dus zijn bandenlichters, reserveband en pompje onmisbare attributen), vond ik een oud lidmaatschapspasje van Bar End, de plaatselijke mountainbikevereniging, waar  vetgedrukt het jaartal, 2002 opstond. En aangezien ik niet direct na de aankoop van mijn mountainbike lid zou zijn geworden van een club (want dan zouden ze direct zien dat ik helemaal niet kan mountainbiken. Ik moet eerst oefenen) is de aankoop waarschijnlijk in 2001 geweest.

Na een jaartje in mijn eentje rijden, met trillende benen, want met grote angst voor grote honden en wilde zwijnen, en op twee vaste routes, want mijn richtingsgevoel laat te wensen over en in een bos lijkt alles overal hetzelfde zodat links ook rechts kan zijn en andersom, concludeerde ik dat het anders moest.Ik zou bij een mountainbikeclub gaan.

Bij Bar End reden we elke dinsdagavond samen door het bos, onder begeleiding van iemand die de weg wist en die ons trainde. Ik lag voortdurend achteraan, angstig als ik was om te dicht op mijn voorganger te rijden. In een groep rijden is ook chaos, want overal mensen, en aanwijzingen die geschreeuwd worden en mensen die voor je wielen rijden en dan ook nog eens boomwortels die mijn wielen dwars zitten. En niet op tijd uit kunnen klikken, ook dat nog.

Maar goed, na enkele jaren rijden met Bar End ging ik in een poppodium annex filmtheater werken, werd mijn dag- en nachtritme daardoor een beetje in de war  gegooid of omgekeerd, zat het mountainbiken er niet meer in en dronk ik vooral veel bier.

De afgelopen tien jaar heeft de mountainbike dan ook vooral in de weg en/of in de schuur gestaan.

Exit relatie. Het grote huis (met dito garage) werd ingeruild voor een slaapplek bij mijn ouders (in het bed waarin ik verwekt was, saillant detail die ik liever niet had geweten), daarna een kamer met eigen voordeur, op mezelf maar met warmte nabij, bij mijn ‘tweede ouders’, waar ik meer dan een half jaar gewoond heb. Daarna een kamer in een huis dat vooral bewoond werd door uitzichtloze types, net als ik destijds leek, denk ik. Maar de Mountainbike verhuisde altijd mee. Net als mijn racefiets. Ze hebben beiden aan elkaar geketend in vervallen schuren of mooi opgeruimde garages gestaan.

Nu is de racefiets verkocht (want die bleek 3 maten te groot te zijn, wat ik al vermoedde tijdens het rijden, en een nieuwe gekocht, maatje XS deze keer) en de mountainbike stond tot gisteren in de schuur. Stil te staan.

De afgelopen weken bedacht ik me steeds vaker dat het wel lekker zou zijn om te mountainbiken. Het hoofd leeg maken in het bos, lekker sturen op smalle single tracks en scheuren door de modder, ja, ik zag het wel zitten.

En zo ontstond het plan om de mountainbike op te knappen. Dat plan bleek, zoals vele plannen, in het hoofd goed te gedijen, maar daar bleef het dan ook bij. Tot we constateerden dat de Zoon zijn fiets was ontgroeid. En aangezien de Zoon vaker bij zijn moeder (niet ik) is dan bij zijn vader (mijn lief), en een compleet nieuwe fiets eigenlijk een beetje too much was voor die enkele keren per jaar dat hij hier een fiets nodig heeft, pasten alle stukjes in elkaar. En zo werd mijn mountainbike tóch nog opgeknapt. Fris gewassen, soepeltjes geolied, de bandjes niet eens poreus. Het enige dat restte was het aanschaffen van een nieuwe zadelpen. En als dát gebeurt is, ja, dan heb ik een mountainbike die het weer doet en dan heeft de Zoon hier een fiets om op te fietsen.

Het wachten is nu nog op een nieuwe zadelpen.  Het plan om deze aan te schaffen is er al, dus de eerste stap is gezet.

— to be continued.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *