Mijn eerste skateboard werd bruut door een auto overreden. De automobilist reed door. Liet twee helften achter. Ik, een sprietig meisje van amper 12 stampte zo boos mogelijk op de stoep, maar het board bleef gebroken. De automobilist verdween.

Een kleine dertig jaar later, tijdens kamperen met de fam., gezellig, maar dan echt, kwam ineens het onbedwingbare verlangen om te skaten. Ogenblijkelijk vanuit het niets. De reis naar huis, van Frankrijk naar Nederland, was lang genoeg om uit te zoeken waar en wanneer er skatelessen zouden zijn.

Het kriebelde, ik wilde op een board staan, op-en-af-de-stoep-springen, ollies oefenen, zigzaggend de heuvel af. Ik weet nog steeds niet waar het vandaan kwam, maar het is nu, na bijna een jaar, nog niet weg. Sterker nog, er staan nu drie skateboards in huis: een pennyboard van de Dochter, mijn longboard en mijn 7,5 board, de standaardmaat.

Oke, er was veel schroom om over heen te stappen. Om als volwassen vrouw en ook nog moeder van kinders, aan te bellen bij een woonhuis in ’t Ford en daar van een dertienjarige voor twee tientjes zijn longboard over te nemen. En onhandig weg te fietsen, met het longboard onder mijn arm, nagekeken door de puber en zijn vrienden. En om daarna voor een kleine 6 euro een afgedankt 7,5 board over te nemen. De moeder van de eigenaar verontschuldigde zich voor de stofvlokken die aan de wielen kleefde. Ik haalde mijn schouders op.

En toen was alles in huis. Maar daar bleef het bij, want hoe kon ik nou als ‘moeder aka best-wel-oud…”  in de straat op en neer skaten (of wat daar voor door gaat)  en (onvermijdelijk) keihard vallen… Dat wat ik vroeger zonder problemen deed durfde ik niet meer…. Te bewust van mezelf.

Waar is de Rinske die zonder gene met haar bmx de buurt door croste, die op het skateboard over stoepen struikelde, onbeheerst de helling af suisde, over de wielen en eigen voeten struikelde en tóch nog onverwacht een ollie leverde?

Ik wil me niet wil schamen omdat ik iets wil leren en logischerwijs knalhard op het asfalt knal,  en ga op zoek naar goede plekken om ongestoord en onbeschaamd het skaten weer op te pakken.

Ik begin in de woonkamer; schuif de banken en het wielerbaantafeltje aan de kant en rol onzeker heen en weer. Rol harder, wissel van voorste been, maak een bocht. Ben blij. Ik val niet, ik glij, ik rol, hups mezelf een bocht door, wiebel, wankel, en val niet.

Na een week halfslachtig rollen in de woonkamer weet ik de dochter mee te krijgen. “Ga jij skaten, dan ga ik wel met je mee.’

Ik hoop dat ze mee wilt, slaak onbewust een zucht bij haar aarzelende ‘okeeeheeeeee’.

Ze rolt met mijn hand omklemt, kan het direct daarna zelf. ‘Laat maar los.’

Vastbesloten stept ze op haar board de weg over.

Ik hoef niet alleen; we zijn samen. We rollen samen over straat, ze valt, ik troost, ik val, ze troost en komt daarna niet meer bij van het lachen.

We komen er wel, samen.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.