Blog · Verpleegkunde & Onervaren zijn
Ik weet
hoe het
moet.
Over de kloof tussen theorie en praktijk en de kunst van streven zonder te sneuvelen.
Het infuus hangt er. Bijna.
Ik weet exact wat een perifeer infuus is. Ik kan het uitleggen in drie talen, de anatomie van een ader tekenen en de complicaties opnoemen in volgorde van ernst. Ik heb er een tentamen over gemaakt. Een negen.
En toch stond ik daar — naald in de hand, arm van de patiënt voor me, en het volledige zelfvertrouwen van een kat die voor de eerste keer sneeuw ziet — en dacht: hoe zat het ook alweer.
Een negen voor de theorie is geen garantie dat je handen ook meedoen.
De patiënt keek me bemoedigend aan. Dat maakte het erger. Want bemoedigende blikken zijn voorbehouden aan mensen van wie je lage verwachtingen hebt, en ze had duidelijk al een inschatting gemaakt.
Het infuus hing uiteindelijk. Na twee pogingen, één vloek in gedachten en de hulp van een collega die er met één vloeiende beweging doorheen ging terwijl ze ondertussen praatte over haar weekend. Alsof het niks was. Omdat het voor haar ook niks was.
Het grote misverstand
Er is een mythe in het onderwijs die zegt dat als je de theorie goed begrijpt, de praktijk vanzelf volgt. Logisch toch? Je snapt het principe, dus je lichaam doet het gewoon.
Die mythe is een leugen. Een vriendelijke, goedbedoelde leugen — maar een leugen.
Naald onder 15-30 graden. Kijk of er bloed verschijnt in de kamer van de canule. Schuif de canule een stukje op in de ader en trek dan rustig de canule terug. Stuwband losmaken, pleister aanbrengen. Klaar.
Naald vast in trillende hand. Shit, geen bloed. Moet ik door met de naald? Zit ik door de ader? ernaast? Ja! Bloed! De patiënt stelt mij gerust. Ik zweet.
Het probleem is niet de kennis. De kennis zit er. Het probleem is dat kennis in het hoofd en kennis in de handen twee compleet verschillende dingen zijn. Vaardigheden wonen in de spieren, niet in de hersenen. En mijn spieren hadden dit nog nooit gedaan.
Het probleem met ambitieus zijn
Ik ben ambitieus. Dat weet ik van mezelf. Ik wil het goed doen, ik wil het goed doen, en ik wil het eigenlijk al goed doen voordat ik eraan begin. Wat op zich al een probleem is, want dat is niet hoe leren werkt.
Ambitieus zijn als beginner voelt soms als voortdurend balanceren. Kun ik dit? Moet ik hulp vragen?. Te overmoedig zijn in wat je denkt te kunnen of te weten is niet de bedoeling, hulp vragen terwijl je het wel weet is altijd een betere, want veilige keus, voor jouzelf en de patiënt.
1. Ziet een taak. Denkt: dat kan ik. · 2. Begint. Realiseert dat dit toch complexer is dan gedacht. · 3. Kiest: opgeven of doorbijten. Kiest doorbijten. Maakt het soms erger. Leert. Vergeet. Leert opnieuw.
Ik vind het moeilijk om hulp te vragen. Niet omdat ik eigenwijs ben — nou ja, ook dat — maar omdat hulp vragen voelt als toegeven dat je het niet kan. Terwijl het eigenlijk het slimste is wat je kunt doen. Dat weet ik ook. Theoretisch.
Empathie voor de patiënt: onbeperkt aanwezig. Empathie voor mezelf als lerende: voorraad kritisch laag.
Wat ik wél kan
Er zijn dingen die je niet leert uit een boek en ook niet uit honderd uren simulatieonderwijs. Je leert ze door te leven, door te luisteren, door fouten te hebben gemaakt in heel andere contexten en te hebben begrepen wat dat betekent.
Ik ben niet de meest handige Harry van town. Maar ik ben goed in aanwezig zijn. Ik ben goed in een hand vasthouden op het moment dat iemand dat nodig heeft. Ik ben goed in horen wat er gezegd wordt — en ook wat er niet gezegd wordt.En in observeren en redeneren; wat is er aan de hand? Wat verklaart de hoge hartslag van de patiënt? Is er ook een lage bloeddruk? Temp? Sepsis? Controles doen, EWS checken en dan: Actie/ (of geen actie).
Routine maakt je efficiënt. Maar het kan ook maken dat je ophoudt te zien. Dat je niet meer verbaasd bent. Dat je de patiënt al kent voordat je de kamer binnenloopt. Ik heb die routine nog niet — en dat is soms een voordeel.
Een patiënt zei eens tegen me: “Jij kijkt nog.” Ik wist niet wat ik daarmee moest. Maar ik heb het onthouden.
Survival guide voor de theoretisch briljante praktische ramp
Voor iedereen die herkent wat ik beschrijf — de tentamens die goed gingen maar de handen die trillen en zweet dat glinstert op verhitte voorhoofden en klotsende oksels, een paar dingen die mij hielpen. En helpen.
- Weet dat kennis en vaardigheid twee aparte dingen zijn. Je bent niet dom. Je handen zijn nieuw.
- Vraag hulp voordat het fout gaat, niet erna. Het kost minder uit te leggen.
- Observeer de mensen die het al kunnen. Niet om te vergelijken, maar om te leren. Er zit een verschil in.
- Wees eerlijk over wat je niet kunt. Patiënten en collega’swaarderen eerlijkheid meer dan valse zekerheid.
- Drink koffie. Niet omdat het helpt, maar omdat het de enige constante is in een dienst die nergens op lijkt.
- Doe het opnieuw. Elke dag opnieuw. De handen leren langzamer dan het hoofd, maar ze leren wel.
Niet snel. Maar wel zeker.
Onervaren zijn is
geen gebrek.
Het is een fase. Een noodzakelijke, ongemakkelijke, leerzame fase. Iedereen die nu vloeiend een infuus prikt was ooit degene die zweette bij de eerste poging.
Disclaimer: Geen patiënten werden geschaad tijdens het schrijven van deze blog. Eén infuus moest worden overgedaan. De patiënt was aardig genoeg om te doen alsof hij het niet erg vond. Ik weet zeker dat hij het een beetje erg vond.
Geef een reactie