Column · Wijkzorg &
Het was een
gewone
dagdienst.
Zeiden ze.
Over een arts met een ego van ziekenhuisformaat, stagiaires die TikTok verwarren met medische literatuur, en ikzelf die om 14:00 uur niet meer weet hoe ik heet.
De dagdienst begint rustig. Ha.
Het is maandagochtend. Ik loop de afdeling op met een kop koffie waarvan ik al weet dat ik die niet ga opdrinken en word direct aangesproken door meneer Van der Berg die vraagt of ik zijn dochter ben. Ik ben zijn dochter niet. Dat zeg ik. Hij knipoogt. “Dat zeg je nu.”
Meneer Van der Berg heeft dementie. Hij is 84, weegt 61 kilo, en heeft meer energie dan iedereen op de afdeling bij elkaar. Hij is om 05:30 opgestaan omdat hij “de koeien moest melken.” Hij is nooit boer geweest. De koeien zijn dus een mysterie. Maar de urgentie was echt, en de chaos die volgde ook.
Dit is hoe een gewone dagdienst begint in de zorg. Met iemand die koeien melkt die niet bestaan, terwijl jij staat te bedenken of je dit in het dossier moet zetten — en zo ja, onder welke categorie. Agitatie? Waan? Landbouwambities op gevorderde leeftijd?
Dementie houdt geen rekening met jouw dienst, jouw planning, of het feit dat er nog acht andere mensen zijn die ook gewoon bestaan.
Mevrouw Pietersen op kamer 4 wil weten wanneer haar man komt. Haar man is in 2011 overleden. Dit is de zevende keer deze ochtend dat ze het vraagt. Toen ik hier net kwam vertelde ik het voortdurend opnieuw. En elke keer was het voor haar de eerste keer en deed het dezelfde pijn als toen ze het echt voor de allereerste keer hoorde.Nu volg ik het benaderingplan van de psycholoog en zeg:”Hij komt vanmiddag.” Ze knikt tevreden en is gerust.
Dan arriveert Dr. Ik-Weet-Het-Beter.
Hij heet officieel anders. Maar Dr. Ik-Weet-Het-Beter dekt de lading beter. Hij stapt de afdeling op om 09:47 uur — 47 minuten te laat — met de zelfverzekerdheid van iemand die nog nooit zelf een zorgplan heeft ingevuld en ook niet van plan is dat ooit te doen.
Ik probeer hem bij te praten over meneer Bakker, die sinds gisteravond koorts heeft en waarvan ik denk dat er iets niet klopt. Ik heb mijn observaties. Ik heb mijn buikgevoel. Ik zorg al weken voor deze man, Dr. Ik weet alles beter ziet hem voor de 2e keer.
“Meneer Bakker heeft sinds 21:00 koorts boven de 38,8, is verward en zijn bloeddruk daalt. Ik maak me zorgen over sepsis.”
“Blablabla verpleegkundige blabla koorts blabla ik zal het zelf even beoordelen want ik heb een witte jas en een titeltje.”
“Ik kom er zo naar kijken,” zei hij. Zo duurde 55 minuten. Meneer Bakker had inderdaad een infectie. Dr. Ik-Weet-Het-Beter schreef het op als zijn eigen bevinding. Ik heb dit geaccepteerd met de innerlijke rust van iemand die thuis een kussen heeft waar ze dingen in schreeuwt.
Een arts die niet luistert naar verpleegkundigen is als een kapitein die de bemanning negeert. Het schip vaart nog wel. Even. Daarbij zijn verpleegkundigen zonder arts ook een beetje een tandeloze tijger; veel zorg kunnen leverenmaar als het op nieuwe medicatie, beleid, behandelingen of meer aankomt is er een arts nodig. Ergo: we hebben elkaar nodig.
De leerlingen weten het beter. Uiteraard.
We hebben vandaag twee stagiaires. Jaimy en Kevin. Jaimy is derde jaar en heeft vorige week een video gezien op TikTok over een “revolutionaire wondverzorgingstechniek.” Kevin heeft twee weken stage gelopen en weet al zeker dat hij later “meer richting management” wil. Ik ook, Kevin. Ik ook.
Jaimy vraagt waarom we de wond niet anders verbinden. Ik leg uit waarom we het zo doen. Ze knikt. Ze begrijpt het. Ze doet het toch anders. Ik heb dit niet verzonnen.
Heeft een mening over elk protocol · Heeft geen mening over handen wassen · Weet exact hoe het “eigenlijk” zou moeten · Is nog nooit om 06:30 begonnen aan een dubbele dienst · Zal over 1 jaar een goede, over 3 een hele goede en over 10 jaar een uitstekende verpleegkundige zijn· Deze heb ik gejat van een collega die ooit verzuchtte nadat ze voor de 100e keer de beginselen van (…vul in…) heeft uitgelegd. “Ze worden echt goed, echt waar. Maar wanneer is ooit?”
Kevin vraagt of hij vroeger weg mag omdat hij “een verjaardag heeft.” Het is maandag. Ik zeg nee. Hij vraagt of ik zeker weet dat het niet kan. Ik zeg ja. Hij zucht op een manier die me doet beseffen dat ik ooit ook 21 was en ook zo’n zucht heb geslaakt, en dat een collega toen ook haar tanden op elkaar heeft gezet en doorgedaan.
De cirkel des levens. Maar dan in zorgschoenen.
Chaos heeft ook een postcode.
Tussendoor — want de wijkzorg wacht op niemand, ook niet op mij — drie bezoeken in de wijk. Mevrouw Hartman wil haar insuline niet. Meneer Dijk is niet thuis, terwijl hij altijd thuis is, en zijn buurvrouw zegt dat ze hem gisteren nog heeft gezien maar “hij zag er niet goed uit.” Informatief. Heel erg bedankt.
En dan is er de mevrouw van wie ik de naam niet ga noemen, maar die mij aan de deur ontvangt met de mededeling dat ze “eigenlijk liever een mannelijke verpleegkundige had gehad.” Het is 11:45 uur. Ik heb al zeven uur gewerkt. Ik adem. Ik kom binnen. Ik doe mijn werk. Ik ga weer.
De wijkzorg is het enige vakgebied waar je in vijf minuten van de deur naar een complete levensgeschiedenis gaat — inclusief de klachten over de buurman — en dat ook nog eens in je eigen tijd.
Mijn auto ruikt inmiddels naar ontsmettingsmiddel en de vergeten boterham die ik om 08:15 in de bekerhouder heb gelegd. Het is nu 12:30. De boterham heeft betere tijden gekend. Ik ook.
En dan zijn er de verzoeken.
Ik heb grote waardering voor patiënten. Ik meen dat oprecht. Maar er zijn dagen waarop de verzoeken een niveau bereiken dat ik alleen maar kan omschrijven als: creatief.
- Meneer wil zijn croissant warm. Niet magnetron-warm. “Oven warm.” Er is geen oven. Er komt ook geen oven. Dit is een zorginstelling, geen bakkerij in de Jordaan.
- Mevrouw wil weten of we het nieuws kunnen uitzetten omdat het haar “negatief maakt.” Ik ben het volledig met haar eens. Ik kan er helaas niets aan doen. Het nieuws gaat door. Wij ook.
- Er wordt gevraagd of ik even de bloemen in vers water wil zetten. Ik doe het en vraag me ondertussen af hoe ik hier beland ben en of het nog niet te laat is voor een carrière in de marketing.
- Iemand wil weten of het niet “een graadje warmer kan.” Het is al 23 graden op de kamer. Ik ben aan het smelten. De thermostaat gaat niet hoger. Er wordt geklaagd bij mijn collega.
- Meneer heeft koude voeten. Prima, ik haal sokken. Hij wil geen witte sokken. We hebben alleen witte sokken. Dit duurt zeven minuten. Zeven minuten die ik nergens in kan verantwoorden.
23% zorg verlenen · 19% documenteren · 18% zoeken naar spullen die er altijd al waren · 14% vragen beantwoorden die niet over zorg gaan · 11% uitleggen waarom iets niet kan · 9% de arts proberen te bereiken · 6% koffie die koud wordt
Ikzelf weet het ook niet meer.
Het is 14:00 uur. Ik sta in de medicatieruimte en weet even niet meer wat ik hier kom doen. Niet omdat ik dement word — hoewel ik het op dit punt niet volledig uitsluit — maar omdat mijn hoofd zo vol zit dat het eruit begint te lekken in de vorm van het staren naar een doos paracetamol alsof die me iets te zeggen heeft.
De doos zegt niets. Dat had ik kunnen weten.
Er is geen woord voor het gevoel dat je tegelijkertijd te weinig en te veel bent. Maar het bestaat. Het staat alleen niet in het protocol.
Mijn collega Elin loopt langs, ziet mijn gezicht, en zet zonder iets te zeggen een verse koffie voor me neer. Ze loopt door. Ze heeft zelf ook geen tijd. Ze deed het toch. Dat is de zorg, in het klein. Niet de grote gebaren. Gewoon: iemand ziet je. Iemand doet iets. Het helpt.
Ik drink de koffie. Ik weet weer hoe ik heet. Ik ga door.
Doorgaan.Niet omdat het makkelijk is. Omdat we het zijn.
Gestoord genoeg
om te blijven.
Slim genoeg om te overleven. Koppig genoeg om morgen weer te beginnen. En ergens, tussen de koude koffie en de sokken-discussie door, weten we precies waarom we dit doen. We zeggen het alleen niet hardop. Want dan gaan we huilen. En we hebben het te druk.
Disclaimer: Geen patiënten, stagiaires of artsen werden geschaad tijdens het schrijven van deze column. Wel drie bloeddrukmanchetten, één illusie over werkdruk, en de croissant. Die was al verloren. De koffie van Elin was goed. Dat blijft.
Geef een reactie