Veertien jaar
walhalla
bevat
herinneringen
We gaan verhuizen. En overal om me heen hoor ik het al: wat leuk, een nieuwe fase! Nieuwe start! En ja. Dat is het ook. Maar niemand vertelt je erbij dat een nieuwe fase alleen bestaat omdat er een oude wordt afgesloten, met een deur die vastzit en waar je met je volle gewicht tegenaan moet leunen om hem dicht te krijgen.
Dus laat ik eerlijk zijn over wat we achterlaten, voor ik enthousiast doe over wat komt.
Het begon in een tweekamerappartement. Klein, praktisch, niet gepland. Op een gegeven moment woonden we daar gewoon, mijn lief, zijn bijna-driejarige zoon en ik. Niemand had dat zo besloten. Het overkwam ons, zoals de dingen die er echt toe doen je meestal overkomen terwijl je met iets heel anders bezig bent.
Daarna: een eengezinswoning, particuliere huur. Hier kregen we samen twee kinderen. Hier steeg de huur, jaar na jaar, tot het bedrag waar makelaars quasi-verontschuldigend “marktconform” bij zeggen. En hier, na al dat sparen en rekenen en net-niet, konden we eindelijk kopen. In de buurt die op elke gezinsvlog wordt omschreven als walhalla: speeltuintjes, autoluw, groen, scholen en winkelcentrum op wat ik noem loopafstand-met-wandelwagen-en-tegenstribbelende-peuter. Je kent dat afstandmaat vast wel, ook al staat hij niet in de Van Dale.
Veertien jaar wonen we hier.
Als ik dat zo zeg, veertien jaar, klinkt het als een regel op een cv. Woonachtig van tot. Klopt helemaal, en zegt tegelijk he-le-maal niets. Veertien jaar wonen, werken, slapen, leven, soit. Prima. Helemaal prima. Misschien doen we dat de komende veertien jaar ook gewoon weer.
Maar die veertien jaar waren geen veertien jaar. Ze waren de tijd waarin de oudste zijn eigen zolderkamer kreeg, met posters van raketten aan een schuin plafond dat nooit meer schoon poetsbaar was zonder een blauwe plek te lopen. Waarin nummer twee een eigen slaapkamer kreeg terwijl de jongste nog gewoon bij ons in bed lag, alsof ouderschap een verdelingsvraagstuk is dat je met een IKEA-catalogus oplost.
Het was voor het eerst naar school. Eerste stappen, op een vloer die inmiddels drie keer opnieuw is gelakt. Lekke banden op de mamafiets (WAAROM HEET DAT DING GEEN PAPAFIETS?!! HE?! NOUDAN!, op precies het verkeerde moment, altijd. Gedoe, heel veel gedoe, van het soort dat je op het moment zelf vervloekt en drie jaar later met een lach navertelt.
Het was van geboren worden, tot zelfstandig naar Comic Con gaan. Leren fietsen, vallen, opstaan, chillen in het park met een houding die zegt: ik heb je niet meer nodig, mama, maar blijf wel binnen roepafstand. En alles wat daartussen zit, wat te veel is om op te noemen en te gewoon leek om vast te leggen terwijl het gebeurde.
Veertien jaar, voor vijf levens tegelijk, is geen veertien jaar. Het is honderd keer meer dan veertien jaar. Het is een heel leven van opgroeien, van nul tot twintig, uitgesmeerd over de kamers van één huis.
En nu gaan we het huis uit waar dat allemaal gebeurde. Naar iets nieuws. Dichterbij de stad, daar waar alles ooit begon (daarover later meer).
Het was een mooie tijd.

No responses yet