A vibrant abstract image featuring a textured pattern with orange and gray hues.
Column

Het rijk van Gerda

Door Rinske
Het Rijk van Gerda
Uit de linnenkast van 9B

Het Rijk van Gerda

Op onze afdeling wordt de zorg niet bepaald door de dokter, niet door de verpleging, en al helemaal niet door de patiënt. De zorg wordt bepaald door Gerda. Gerda regelt het rooster van de vergaderzaal. En blijkbaar ook hoeveel bekers je op je nachtkastje mag hebben.

Ergens, jaren geleden, is er een scheidslijn getrokken tussen “zorg” en “ondersteuning”. Aan de ene kant staan wij: mensen die wassen, wonden verzorgen, medicatie controleren en luisteren naar wat iemand echt nodig heeft. Aan de andere kant staat Gerda, met een agenda vol vergaderingen en een ijzeren overtuiging dat het huishoudboekje van de afdeling háár domein is — inclusief de mensen die er wonen.

Ik wil niemand persoonlijk aanvallen. Gerda is vast heel aardig tegen haar buren. Maar zodra ze de afdeling opkomt met een klembord, verandert er iets. Ineens is een revalidatieafdeling geen plek meer waar mensen leren weer zelf te functioneren, maar een jeugdherberg met een hospita die de huisregels handhaaft.

Regel 1: Ontbijt is om 9 uur. Punt.

Gerda-gecertificeerd

“De broodjeswagen komt om 9 uur langs”

Ingesteld door: de logistiek van de broodjeswagen. Gehandhaafd door: Gerda.

Nooit een geldig excuus: dat meneer De Groot al 74 jaar pas om half elf wakker wordt, dat mevrouw Bakker de hele nacht niet geslapen heeft van de pijn en eindelijk om 8 uur onder zeil is, of dat revalideren nou net vraagt om een lichaam dat op zíjn eigen tempo mag herstellen.

Het argumentAnders is het brood niet meer vers en moet het keukenpersoneel overwerken.
De realiteitEen botercroissant is nooit het probleem geweest. Uitgeruste patiënten wél de bedoeling.

Mensen mogen uitslapen. Dat is niet mijn persoonlijke mening, dat is gewoon revalidatiegeneeskunde. Slaap is letterlijk therapie. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan iemand wiens grootste zorg is dat de broodkar op tijd retour moet naar de keuken.

Regel 2: Eén beker per kamer

Gerda-gecertificeerd

“We hebben een tekort aan bekers”

Ingesteld door: niemand weet het. Gehandhaafd door: Gerda, met een rondje langs de kamers.

Op een kamer met twee patiënten, twee bezoekers en een dorst die niet wacht op een vaatwasronde, mag er precies één beker staan. Water voor de patiënt, koffie voor de partner, en thee voor de dochter die net drie kwartier in de file heeft gestaan? Uit dezelfde beker, graag. Om de beurt. Als bij een kampvuur.

  • Een tweede beker kost de organisatie naar schatting vier eurocent.
  • Een gefrustreerde familie die geen kopje thee kan aanbieden kost je veel meer vertrouwen.
  • Niemand van de verpleging heeft ooit een collectief bekertekort ervaren dat de zorg in gevaar bracht. Wel bezoek dat met scheve ogen naar het dienblad kijkt.

Alsof twee bekers op een nachtkastje de vaatwasser doen instorten, maar één patiënt die niet uitgerust aan zijn dag begint geen enkel probleem is.

Regel 3, 4 en 5, kort door de bocht

Want als je eenmaal begint met tellen, houdt het niet meer op. Een kleine bloemlezing uit het reglement-dat-niemand-heeft-opgeschreven-maar-dat-toch-heilig-is:

  • Eigen kussen van thuis? Mag niet, want “brandveiligheid” — terwijl diezelfde persoon al drie weken niet fatsoenlijk slaapt op een ziekenhuiskussen dat aanvoelt als een zak chips.
  • Bezoek na 20 uur? Streng verboden, ook als het de enige dochter is die overdag werkt en 80 kilometer moet rijden.
  • Als je een rotdag hebt op je kamer eten? ? Nee, dat is “niet de afspraak. Wij eten in de zaal.” — terwijl goed eten ook een voorwaarde is voor een goede revalidatie.
0keer dat een beker iemands genezing heeft vertraagd
1persoon die dit allemaal beslist zonder ooit een tillift te hebben aangeraakt
aantal keer dat “zo doen we dat hier” als enige onderbouwing dient

Waar het echt over gaat

Het gaat niet om Gerda. Het gaat om een organisatiecultuur waarin huisregels sneller escaleren dan zorgvragen. Waarin iemand die geen dag klinische verantwoordelijkheid draagt, wél bepaalt hoe een patiënt zijn dag indeelt. En waarin wij, de mensen die de zorg daadwerkelijk leveren, achteraf de gevolgen mogen uitleggen aan een boze familie. En dat is nog het minst. Wanrt zijn wij als verpleegkundigen niet prima in staat om in te zien wat goed is voor de patient? En om samen met de patient belsissingen te nemen, zonder dat Gerda ertussendoor komt fietsen met zelfbedachte regeltjes?

Ik heb niks tegen structuur. Sterker nog, ik hou van een goed protocol — als het tenminste over iets gaat waar we ook echt verstand van hebben. Infectiepreventie? Prima, kom maar door. Medicatieveiligheid? Absoluut, graag zelfs strenger. Maar het aantal bekers op een nachtkastje bepaalt niemand die zijn dienst niet op de vloer doorbrengt.

Zorg verlenen betekent soms ook: nee zeggen tegen regels die niemand kan onderbouwen behalve met “dat hebben we altijd zo gedaan”.

Dus bij deze: een oproep aan alle Gerda’s van deze wereld. Regel vooral de vergaderzalen, de voorraadkast en het eten. Maar laat de zorg over aan de mensen die ’s nachts om drie uur naast een bed staan. Wij weten heus wel wanneer iemand een tweede kopje thee nodig heeft. Of appelsap.

Geschreven na weer een dienst waarin ik moest uitleggen waarom mevrouw op kamer 14 nou toch echt tot 10 uur mocht slapen. Ze sliep, voor het eerst in weken, de hele nacht door.
zorgcultuur bureaucratie revalidatie rant met liefde

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *