Zorghart?
Er is een bepaald type mens dat geschikt is voor de zorg. Je herkent ze meteen. Ze vergeten hun eigen lunch omdat ze het te druk hadden met het smeren van andermans boterham. Ze zeggen nooit nee — niet omdat ze dat niet kunnen, maar omdat ze diep vanbinnen geloven dat “nee” een moreel falen is. Ze werken na een nachtdienst nog een paar uurtjes door omdat de dagdienst tekorten heeft. Of ze blijven een hele dienst extra, want ze hebben het ervoor over. Ze noemen dit normaal.
Wij noemen dit het zorghart. En we bedoelen het als compliment.
De mythe van de roeping
Mensen in de zorg hebben een roeping, zeggen ze. Ze zijn er voor gemaakt. Het zit in hun DNA. Ze zouden het ook gratis doen — wat trouwens een handige gedachte is als je de cao moet onderhandelen.
Een roeping is iets wat je overkomt. Alsof de zorgverlener op een dag wakker werd, een lichtstraal door het raam voelde, en dacht: ja, ik ga mensen verschonen voor minder dan €17 per uur. Ik buk en til mezelf een driedubbele ernia omdat ergonomisch werken zoveel tijd kost, of hulmiddelen zo duur zijn. En dat gaat allemaal, tijd en geld, ten koste van de echte zorg
“Een vak is iets wat je kiest. Wat je leert. Waar je goed in wordt.”
Maar in de zorg hebben we “roeping” boven “vak” gesteld. En dat heeft consequenties.
De consequenties
- Als zorg een roeping is, dan is grenzen stellen verraad aan jezelf.
- Als zorg een roeping is, dan is ziek thuis blijven eigenlijk een beetje egoïstisch.
- Als zorg een roeping is, dan is meer salaris vragen haast ongepast — je doet het toch niet voor het geld?
Nee. Je doet het voor de patiënten. Voor die ene mevrouw op kamer 6 die niemand anders heeft. Voor dat kindje. Voor de ogen die oplichten als jij binnenkomt.
Het zorghart als bedrijfsstrategie
Laten we even eerlijk zijn over waarom “het zorghart” zo populair is als concept. Het is goedkoop. Mensen met een zorghart stellen geen lastige vragen over roosters. Ze klagen niet over te hoge werkdruk — ze compenseren hem.
Ze doen wat nodig is, ook als dat betekent dat ze hun eigen grenzen overschrijden, want anders laat je je collega’s in de steek, en dat doen mensen met een zorghart niet.
Wat een vak wél is
Een vak hebben betekent dat je iets goed kunt. Dat je getraind bent, dat je kennis hebt, dat je beslissingen neemt op basis van expertise. Dat je weet wanneer iets buiten jouw competentie valt. Dat je pauze neemt, niet omdat je het verdient, maar omdat een uitgeputte professional fouten maakt — en dat is slecht voor de patiënt.
“Grenzen stellen is geen gebrek aan zorghart. Het is een professionele verantwoordelijkheid.”
Vakmanschap is ook: nee zeggen als je werkdruk onveilig wordt. Niet omdat je niet geeft om de mensen in je zorg. Juist omdat je dat wél doet.
Tot slot.
Ik heb niks tegen mensen die hun werk leuk vinden. Dat is mooi. Maar het moment waarop “ik vind mijn werk leuk” wordt gebruikt als argument waarom je meer moet doen voor minder, waarom je jezelf wegcijfert, waarom de zorg het al jaren volhoudt ondanks de tekorten — op dat moment is het zorghart geen kwaliteit meer.
Dan is het een excuus.
Een vak verdient vakmanschap, eerlijke beloning, en mensen die er ook nog zijn als ze 60 zijn.
Zorg ook voor jezelf.
Dat is geen tegenstelling. Dat is gewoon het vak.
Geef een reactie