Zo’n boek is nog een heel verhaal

Sinds enkele maanden ben ik bezig om een boek te schrijven. Een echt boek, zoeentje die ik zelf graag zou willen lezen (en dat is nogal wat, want ik heb menig boek kwaad weggelegd omdat ik hem stom vond, of saai, of niet grappig, of slecht geschreven, of leuk maar met een beroerd einde). Ik stel dus nogal hoge eisen.

Een paar weken terug was mijn boek af. Ik gaf hem ter proeflezing aan mijn Lief. Die las, bijna twee uur lang onafgebroken. Terwijl ik mijn nagels opat. En hij vond het goed. Met wat op-en aanmerkingen. En nu ben ik dus al bijna een maand bezig om wat er stond uit te bouwen naar iets beters. Een hels karwei? Ja, en nee. Ik geloof dat ik het een heerlijke klus vindt. Een klus met hoofdbrekens, vastlopers, maar vooral veel uitprobeersels. Tot het hels wordt omdat ik het niet meer weet, ik iets anders ga doen als afleiding, hopend op een meersterlijke inval die meestal niet komt. Weer zuchtend verder ga en ineens een lijntje zie waar ik mee verder kan.

En ik moet met behoorlijk wat dingen verder. Want met een opmerking als ‘je moet de dingen wat meer uitdiepen’, daar kun je natuurlijk alle kanten mee op, al wist ik wel ongeveer welke kant. Dus ik diep de karakters uit, me daarbij voortdurend afvragend: wat zal de hoofdpersoon doen? Zou ze deze muziek leuke vinden? wat draagt ze eigenlijk? Vervolgens beschrijf ik interieurs, studentenkamers en ouderlijk huizen. Ik zoek uit van welke bands de moeder van de hoofdpersoon houdt, ik plaats in hst 2 een zaadje om daar in hst x op terug te komen. Het lijkt wel een puzzel waarvan de stukjes nog geschaafd en geknipt moeten worden.

Daarbij heb ik inmiddels na wegleggen en teruglezen, ook mijn eigen rijtje van kritiek opgesteld. Met vage bewoordingen als ‘het tweede deel is te zwaar, gooi er wat lucht in’. Fijn, mijn eigen kritiek. Want hoe doe je dat, ergens lucht in gooien? En terwijl ik mezelf vervloek om mijn onduidelijke commentaar schrijf ik even dit stukje, als afleiding. Omdat ik even niet weet hoe ik verder moet met dit helse karwei.

 

 

13 reasons why – A Netflix Original

‘Ik kan je er wel meer geven dan 13’ zei ze tegen me. Mijn buik werd warm en begon te draaien. ‘Wat zeg je? Wat bedoel je?’ mijn stem klonk hoger dan ik wilde. ‘Die Hannah had er 13, ik heb er wel 20 ofzo’. Ze maakte geen grapje. Ik herkende de matheid in haar stem. ‘Niet doen Eevie’ zei ik. Maar onze machteloosheid was groter dan de 20 redenen.

Dit is geschreven in de categorie ‘ultrakorte verhalen, maximaal 99 woorden. Eerder gepubliceerd op de Facebookpagina van Schrijven magazine: ultrakorte verhalen.

Deze stukjes per mail? Klik hier.

Een ongemakkelijke rit met veel goede zorgen

Dankuwel lieve mevrouw die me in eerste instantie ongevraagd lastig viel met goedbedoelde maar ongewenste vragen; ‘Heb je buikpijn?’ ‘Voel je je niet lekker’? “Wil je een pepermuntje?’ terwijl ik met mijn benen wippend tegen de misselijkheid op het klapstoeltje naast de wc van de treincoupé zat. Of het de warmte was, de moeheid, nieuwe medicijnen of de treinreis weet ik nog steeds niet; dat het ongemakkelijk was daarentegen was overduidelijk.

Dankuwel dat u vervolgens de wc-deur achter me sloot die ik in mijn hoge nood om voorovergebogen de wc te bereiken open had laten staan. En dat u er tien minuten later nog stond, toen ik al trillend en van top tot teen bezweet de wc weer uitstapte. Met uw zakdoekjes (het hele pakje) en de aangeboden pepermuntjes. ‘Hier zit nog wat zweet, of heel veel eigenlijk’. Maar bovenal de goede zorgen. Dat u niet wegging, in puur ongemak – vooral van mijn kant denk ik- maar stoïcijns en zeer geduldig bleef wachten tot ik klaar was, terwijl de geluiden aan de andere kant van de deur niet persé aantrekkelijk waren om naar te luisteren. En dat u me daarna nog tien minuten gezelschap hield, tot we bij mijn station waren en ik eruit moest. Die kleine goede zorgen van een volkomen onbekende op de rit Amersfoort-Apeldoorn/Deventer. Dankuwel.

Meer van dit automatisch in je mail? Regel het hier.

FAQ

Stel je voor, te laat naar bed gegaan want het was zo gezellig gisteravond, en het was een warme zomeravond en de rosé was koud. En dan niet één glas. Zo’n avond.

En dan een te vroege ochtend met een ‘mama, is het al zeven uur?’ ‘Nee, het is half 6, ga slapen, gek’. Dat laatste dacht ik erbij.

En dan een ‘mama is het dan nú al zeven uur?’ ‘Neehee, het is 6 uur, ga nou nog even slapen anders ben je vandaag zo moe….’.etc…etc….

En dan half acht, de derde wekker uitslaan, toch maar opstaan, de kinderen in de kleren krijgen, koffie zetten en brood smeren. En uiteindelijk vlak voor we naar school moeten aan het ontbijt zitten met omgevallen bekers melk en doorweekte boterhammen. En dan zijn de bananen ook nog op, dan maar een koekje mee naar school.

Tien minuten voor we weg moeten, en er moeten nog 2 boterhammen gegeten worden, de bekers melk weggewerkt. Dus tijd voor filosofie.

“Mama, hoe krijg je een baby in je buik?

Mama, waar ben je als je dood gaat?

Mama, waar is opa nou dan?

Mama, als je dood gaat kom je dan weer terug?

Mama, als je dood gaat word je dan weer een ander mens?

En heb je dan ook nieuwe kleren? Dan wil ik dat t-shirt met de hartjes.

En heb je dan ook ander haar?

‘Mama, als je dood gaat ga je dan weer terug naar waar je was voor je geboren werd?’

Mama, hoe kom ik er dan uit als ik in je buik zit?

Mama hoe kom ik er dan in?

Mama, waar was ik toen ik er nog niet was?

Mama mag ik een ketting?

Mama, ik wil geen korsten meer eten, die zijn vies.

 

Ware filosofen die twee meiden van 5 en 6. En nu hop, de ene naar de kleuterklas, de ander naar groep 3. Want de (meeste) antwoorden heb ik jammer genoeg niet.

 

 

 

 

 

Elke avond hetzelfde liedje hier

De hele dag verheugend op de avond, die vanaf half negen begint, om dan in alle rust verder te werken aan mijn boek. Waar ik de hele dag naar uitkijk, waar alles om draait. Om negen uur gezucht en gepuf. Ik zit vast.

Nog iets later, komt mijn lief beneden, hij vraagt ‘Gaattie?’ waarin hij zowel mijn gemoedstoestand als mijn schrijven bedoelt. Even de thermometer gebruiken en peilen hoe het gaat. Groen, mooi zo. Maar qua boek niet zo groen.

Enkele uren waarin ik schrijf, schrap, verplaats, kopieer, iets anders probeer en het allemaal maar kut vindt. Want niks klopt en het verhaal is stom. Alles is eigenlijk stom. Misschien maar weggooien en opnieuw beginnen. Geen idee hoe ik verder moet.

Totdat er ergens een kwartje valt, of ‘alles op zijn plaats’.

En dat ik het terug lees en het klopt. Het klopt met het grote verhaal, het is goed in detail en hoewel het niet precies is wat ik voor ogen had, en ik eigenlijk ver van mijn lijn geweken ben, is het precies goed zo.

En zo ontstaat er een verhaal  dat nooit van tevoren bedacht had kunnen worden.

Een hele avond en enkele bladzijden gevuld maakt een tevreden mens. En morgen weer verder.

Suïcide pact: You first

Hij pakte haar doorzichtige broze hand. De aders liepen scherp afgetekend over haar dunne huid. Zijn vertwijfeling was kort maar hij hield vol. Zij zou dat op prijs stellen, sterk als ze was. Zijn geliefde.

‘Wil je nog wat drinken?’ vroeg ze onverwachts. Zo hadden we het niet afgesproken. De afspraak was: samen een boterham eten, daarna een kommetje yoghurt, even samen zijn, knuffelen enzo, en dan de poeders en de pillen innemen. Eerst zij, dan ik, dus eigenlijk bijna tegelijkertijd. Drank hoorde daar niet bij. Hadden we niet afgesproken; bovendien moest ik nuchter blijven. ‘Ik hoef niet’. Ik klonk geprikkelder dan ik wilde. He, zo wilde ik dit afscheid niet. Maar Hetty was gelukkig te zeer in zichzelf verzonken om gepikeerd te raken over een verkeerde opmerking. Ze merkte het niet eens. Ze schonk voor zichzelf een groot glas witte wijn in. Een golf van ongemak en jaloezie schoof ik aan de kant. Straks was ik aan de beurt. Nog even geduld.

Ze nam een paar grote slokken, pakte daarna de medicijnen en keek me aan. ‘Nou lief… dan is het nu zover.’  Ze was vastbesloten, toch wel stoer. We naderden de 80, oud en krakkemikkig, Zij richting dementie, dat dacht ze tenminste, en ik met niks meer dan zere botten. Verder nog goed in vorm. Maar goed, we zijn meer dan 60 jaar bij elkaar geweest, dus samen eindigen was niet meer dan logisch.

Dacht ze.

‘Wil jij eerst, of zal ik’ hoorde ik mezelf vragen. Wat stom, dadelijk moest ik eerst….

‘Laten we er maar snel vanaf zijn’ hoorde ik haar zeggen. Geef maar.’

Ik kon een zucht van opluchting nauwelijks onderdrukken, maar gelukkig hoorde ze het niet.  Ik gaf haar de cocktail zoals we die de dag tevoren hadden klaargemaakt en keek gefascineerd toe. Hier hing alles vanaf. Zou ze? Een mix van allerlei soorten slaappillen, anti-braakpillen en tranquillizers. Genoeg om een olifant te verdoven hadden we gelezen bij de voorbereiding. Dus dat moest goed gaan.

Ze pakte de cocktail van me aan. Zoals ze dat vroeger met alle Margaritha’s, biertjes en wijntjes deed; aanpakken en opdrinken. Zo deed ze dat nu ook. Terwijl ze de dodelijke cocktail in één teug achterover sloeg keek ik naar haar. Mijn lief, moeder van mijn kinderen, mijn vrouw voor een hele lange tijd. Ze keek me vragend aan. ‘Nu jij.’ Ik knikte. ‘Ja lief, ik neem het zo in. We doen het samen, zoals we het hebben afgesproken. Ik hou van je.’ Ze keek me aan, een beetje suf al van de medicatie. ‘Ik ook van jou lief, blijf je bij me, kom je met me mee?’ Haar vragende blik werd onderzoekend. Toen ik die niet beantwoorde, maar in plaats daarvan een glas witte wijn voor mezelf inschonk, achterover leunde in mijn stoel en mijn benen over elkaar sloeg veranderde haar gezichtsuitdrukking van verbazing, naar ongeloof. Ik glimlachte naar mijn vrouw. Lang geleden, nu eindelijk oprecht.

Eindelijk tijd voor mijn geliefde. Wat zal ze trots op me zijn.

De titel is geleend van een album van Therapy; Suïcide pact – You first

 

 

Boek 01 (compatibiliteitsmodus)

Toegegeven, heel erg goed is de titel niet. Maar zo heet het document dat, inderdaad, een boek moet worden. God wat heeft het lang geduurd voordat ik dit durfde te zeggen: dat ik een boek ga schrijven. Ik denk zo’n kleine 30 jaar. (Ja, nu ga je rekenen…).

Vroeger schreef ik gewoon, me niks aantrekkend van de ander en het oordeel. Geen enkel schaamtegevoel belemmerde me. Ik deed, ik schreef, ik vond het leuk, schreef het netjes over, gooide een kladje weg ging crossfietsen.

Nu is het iets anders. Ik schrijf, ik aarzel, ik twijfel, ik delete, ik schrijf, ik schrijf en breid uit, ben blij want dit hoofdstuk is goed, ik aarzel en twijfel, zie een tikfout, vind het schrijfsel stom, ben onzeker, denk na over een ander verhaal en delete alles. Begin opnieuw.

Het verhaal is mijn hoofd is er, voor meer dan de helft. De andere helft zweeft nog ergens, wacht op invulling. Hoe het verhaal begint weet ik, hoe het eindigt ook, maar hoe ik daar ga komen weet ik nog niet.

Het begin is goed, het einde is in beeld, maar het midden is zo wazig als het zijn kan. Ik ben bang dat dit een moeras gaat zijn waarin ik wegzak.

Elke avond schrijf ik, de laatste weken. Ik drink mijn wijn trager dan normaal omdat ik anders niet meer goed kan schrijven, ik schrijf en schrap en denk, vloek en wenste dat ik nog rookte.

Elke werkdag kijk ik verlangend uit naar de avond, waarop ik kan schrijven. Want dat is wat ertoe doet. Wat zou ik het graag ook overdag willen doen.

Niks brengt me zoveel goesting als schrijven. Ik schep de wereld en bepaal. Ik word blij als mijn personages iets moois meemaken, ik schrijf het glinsterend op. Ik wil geen nare scene schrijven want het verdriet van de ‘ik’ echoot in mij door. Ik bedenk, ik leef, ik creëer, ik voel me vrij. Bedenk vreemde dingen, schrijf nu iets als dit, en ga dadelijk weer verder aan mijn boek 01 (compabiliteitsmodus).

Het is in wording, het komt.

 

 

 

 

Ziekenhuis

Mijn papa ligt in het ziekenhuis. Zijn gewoonlijk aanwezige harde en strenge schil is weggevallen. Hij houdt mijn hand vast en wrijft over mijn vingers. Ik hou zijn schouder vast. Bottig. Het is woensdag. En ik ben bang.

Ik zie hem als niet eerder. ‘Wat fijn dat je er bent ’zegt hij. En doet zijn ogen dicht. Zo kwetsbaar als hij oogt is hij sterker dan eerder. Niet afwezig en veroordelend, maar open. Voor welk contact dan ook. Zijn hand vasthouden, wrijven over zijn schouder, een-en-al bot. Het is goed zo, zoals ik hier zit, en hij er is.

Meer van dit (en andere zaken) automatisch in je mail? Klik dan hier.