Een jaar later dan vorig jaar

Een jaar geleden werd ik elke dag neergesabeld door een lawine zwarte keien en meegesleurd door boze stromingen naar het duister achter de horizon. Ik stond al drie maanden op de wachtlijst voor een diagnose (die ik inmiddels zelf al wel had gesteld) en behandeling (als ik dat zelf kon had ik het al wel eerder gedaan) en telde de dagen tot de intake, 21 februari 2017.

Een jaar geleden liepen mijn man en zijn zoon de 8 van Apeldoorn bij de Midwintermarathon. Ik ‘had geen zin’. Kon het niet eens opbrengen om te komen kijken, om te bedenken dat iets van een bosje bloemen leuk zou zijn, om de meiden in de auto te kiepen en aan de route te staan. Ik kon het niet.

Drie weken later was het officieel een ‘hele zware ernstige klinische depressie’ en werd een handvol oxazepam, sertraline, bupropion en later methylfenidaat een dagelijks slikritueel. Net als de voortdurende aansporing van de SPV’er, de psychiater en de psycholoog. Het toverwoord was ‘activering’. Uit die negatieve spiraal. Niet dat je door sporten beter wordt, maar met doods in bed liggen gaat het ook niet beter.

Zo werd mijn strijd/geworstel/gedoe, meetbaar, tastbaar en relatief goed in stukjes te delen. Elke dag iets doen, zo’n drie keer per week proberen hard te lopen (probeerde ik toch al, maar nu werd het een onderdeel van mijn #beterworden), dat activeren ging best oké. Ondanks dat verdween die depressie niet als sneeuw voor de zon.

Het hardlopen zette ik door, lente, herfst, winter. Een tergend lange periode werden mijn loopjes vergezeld met paniekaanvallen, staren naar de rails die ik bij mijn rondje tegenkwam, doodsgedachten en het letterlijk schreeuwend wegrennen daarvan.

Daarna werd het lichter. Tijdens het lopen zag ik lichtjes, ergens ver weg, zon tussen de bomen, een lichtheid in mijn lijf. Voor even. Dat even duurde steeds langer.

Ook al was mijn doel van hardlopen vooral behandelingsgericht, dat was toch niet genoeg om te blijven lopen. Er moest een groter doel komen. Dus dacht ik terug aan die ene loop. Die ik twee keer met mijn lief had gedaan en dit jaar had overgeslagen omdat ik toen immers alles oversloeg. Dat zou veranderen, besloot ik. De Midwintermarathon, de acht van Apeldoorn, zou mijn bevestiging van mijn geworstel worden. Maar ook en vooral de bevestiging dat ik er nu, een jaar later, nog steeds ben. En dat ik dat toen niet gedacht had. Dat ik dat vele maanden daarna niet gedacht had. Maar dat het me gelukt was. Ik zou die acht lopen; het werd mijn ijkpunt. Dan zou ik misschien niet beter zijn maar ik zou er wel zijn.

Een jaar later dan vorig jaar lagen de Man en ik hoestend, proestend, snotterend en klagend in bed. Geveld door spierpijn, verkoudheid, naderende griep. Maar ik zou lopen. Ik Googelde ‘grieperig en hardlopen’. Resultaat: ‘Bij koorts, spierpijn of een hogere hartslag dan normaal moet je niet hardlopen.’ Koorts had ik niet. Maar dat was dan ook het enige. Tegen beter weten in checkte ik mijn hartslag; als die oké zou zijn dan zou ik lopen, fuck de spierpijn. Maar nee, 100 in rust is te hoog. (Eigenlijk mocht ik niet van mijn lief, en dat was maar goed ook want op het tijdstip van de start lag ik uitgeteld op de bank te dromen over nieuwe hardloopschoenen, met mijn meiden slapend naast me, we zijn zo’n lekker dynamisch gezin).

Goed, de loop waarvan ik had besloten dat dat het ijkpunt van mijn beterworden zou zijn, is niet doorgegaan. Door ziekte. Hahaha. Maar dit is een griepje die over een paar dagen weer over is. En daarna zal ik alsnog een acht lopen. Niet tussen honderden anderen. maar voor mezelf. En zo is het begonnen, en daar gaat het om. Dat ik ben, en loop, en blijf. Blijf.

 

Magic Is Everywhere

Op mijn Spotify runninglijst staat, oh verrassing, muziek die me laat lopen, maar ook lachen, huilen, vloeken en schelden om alles wat gebeurd (is). Niet handig als je loopt, maar het houdt me in beweging zullen we maar zeggen. De nummers lopen uiteen van cliché Born to Run, de over-the-top-guilty-pleasure Eye of The Tiger tot Humble (of eigenlijk de hele plaat) van Kendrick Lamar, aangevuld met alles dat ertussenin valt: The Killers, Nirvana Pearl jam, De jeugd van Tegenwoordig en meer. Mijn lijfliederen Alive (Pearl Jam),  Everybody Knows That You’re Insane (QOTSA) en Black Hole Sun (Soundgarden) komen regelmatig voorbij.

Hoewel de lijst meer dan 100 nummers telt en altijd op shuffle staat, is er zelden een rondje waarbij hij niet voorbij komt: Black, met Wonderful Life.

Black zingt: ‘Magic is everywhere.’ En tijdens elk hardlooprondje zoek ik het weer, de magic; meestal lukt het en zie ik de magic in de zonnestralen door de bomen, het elfenbankje tegen de boomstam, de baby’s in wandelwagens of eenvoudig het feit dat ik hier nog loop, ondanks alles, nog steeds.

Gisteren liep ik door het park en zocht hem. De magic. Maar ik zag niks; slechts de grijze winter, eenzame eenden, dode bladeren, vertrapt gras zonder enig uitzicht op licht. Natuurlijk, stommerd die ik was, Er was ook helemaal geen magic in een suf park in De Maten in Apeldoorn. Al die tijd had ik dingen gezien die er niet waren; dingen die ik wílde zien om een houvast te hebben. Want als de magie er zou zijn was alles nog mogelijk. De bodem zakte onder me weg en nam me mee de diepte in. En plots zag ik mezelf zoals ik was; klein, nietig, onbeduidend, worstelend met niks dat de moeite waard was. Het zijn díe gedachten die sluipend mijn gedachten overnemen en me richting duister trekken: het duister waarvan ik gisteren schreef dat ik die kon ontwijken door hard te lopen. Oh, ironie.

In de verte naderde een vrouw, oud, schatte ik, want haar haar ging op in de grijsheid om haar heen. Ze liep voorovergebogen, kromme rug, blik gericht op het zandpad vóór haar. ‘Schuifelend” vulde ik in. Iets dichterbij zag ik haar knaloranje jas dat me deed denken aan een outdoor/ANWB-jas. Oude mensen raken hun smaak ook nog kwijt, schoot door mijn hoofd. Ik had medelijden met de oudheid. Witte gympen. Ook dat nog.

Ik klooide wat mijn mijn oortje, Black was allang afgelopen maar nog steeds zocht ik de magie.

Het moment dat ik weer opkeek zag ik de oude vrouw aanzetten. Dribbelend maakte ze tempo. Het schuifelen bleek joggen, de ANWB-jas een high-tech windjack van Nike en de gympen waren topmodel Asics uit 2016.

We passeerden elkaar en met een brede lach stak ze haar duim op. Dat had andersom gemoeten. ‘Goed hoor!’ riep ze bemoedigend. En ze rende door. In een behoorlijk tempo, zag ik toen ik over mijn schouder keek en ze al bijna de bocht om was.

Alles bleek toch nog mogelijk, anders dan verwacht. Nietig was ik niet meer, onbeduidend evenmin, want gezien, gecomplimenteerd, rennend en vooral niet meer niks. Misschien was het toch allemaal goed zo.

Dít is de magic dus. De hoop die haar hardlopen mij bood,  mijn verbazing en  bewondering, haar lieve gebaar, mijn vooroordelen onderuit geschoffeld en de verwondering.

Na publicatie van dit bericht zag ik (zoals altijd)  nog veel tikfouten. Tijdens het corrigeren daarvan dacht ik na over de plaat ‘Wonderful life’, over de tekst en ontdekte iets wat ik eigenlijk al hardlopend heel vaak dacht. Elke zin is raak. Daarom, een bescheiden aanvulling op het vorige bericht kun je hieronder lezen.

Magic is Everywhere – de lange versie

 

 

Magic is Everywhere – de lange versie

Na publicatie van mijn vorig bericht ‘Magic is Everywherezag ik natuurlijk nog veel haast- en tikfouten. Tijdens het corrigeren daarvan dacht ik na over de plaat ‘Wonderful life’ en de gehele tekst en ontdekte iets wat ik eigenlijk al hardlopend heel vaak dacht. Elke zin is raak. Daarom, een bescheiden aanvulling op het vorige bericht.

Op mijn Spotify runninglijst staat, oh verrassing, muziek die me laat lopen, maar ook lachen, huilen, vloeken en schelden om alles wat gebeurd (is). (… )

Hoewel de lijst meer dan 100 nummers telt en altijd op shuffle staat, is er zelden een rondje waarbij hij niet voorbij komt: Black, met Wonderful Life.

Elke zin is raak.

No need to run, and hide….’

Sta maar eens stil bij wat er gebeurt, wat je voelt; aan de slag, pak het aan, weglopen kun je niet meer, accepteer.

‘Look at me standing
Here on my own again’.

Al rennend slaat het soms in als een bom: het gevoel alleen en verlaten te zijn, in angst en wanhoop. Want wie begrijpt dit gevoel? Ik denk (nu), meer mensen dan ik dacht.

‘They seem to hate you because you’re there’.

Misschien dat dit ook een kernzin van de tekst is.

Zie je wel, alles dat fout gaat is mijn schuld. Ik kan er beter niet meer zijn, iedereen beter af. Weggekeken, weggewenst. Dat ik de enige was die dat dacht had ik pas veel later door (en niet eens altijd).

Ik stel mezelf gerust. Misshien is het zo, ‘They seem to hate you because you’re there‘, maar wees gerust, ‘Magic is everywhere.’

‘Oh I need a friend
To make me happy
Not so alone’

Laat mij niet alleen. .

Wat me elke keer, bij elk hardlooprondje, weer voluit raakt is de magie.

Black zingt: ‘Magic is everywhere.’ En tijdens elk hardlooprondje zoek ik het weer, de magic; meestal lukt het en zie ik de magic in de zonnestralen door de bomen, het elfenbankje tegen de boomstam, de baby’s in wandelwagens of eenvoudig het feit dat ik hier liep, ondanks alles, nog steeds.

Gisteren liep ik door het park en zocht hem. De magic. Maar ik zag niks; slechts de grijze winter, eenzame eenden, dode bladeren, vertrapt gras zonder enig uitzicht op licht. Natuurlijk, stommerd die ik was, Er was ook helemaal geen magic in een suf park in De Maten in Apeldoorn. Al die tijd had ik dingen gezien die er niet waren; dingen die ik wílde zien om een houvast te hebben. Want als de magic er is, is alles nog mogelijk. Een klein moment zakte de bodem onder me weg en zag ik mezelf zoals ik was; klein, nietig, worstelend met niks dat de moeite waard was. Het zijn díe gedachten die sluipend mijn gedachten overnemen en me richting duister trekken; het duister waarvan ik gisteren schreef dat die te ontwijken was door hard te lopen. Oh, ironie.

In de verte naderde een vrouw; oud, schatte ik, want haar haar ging op in de grijsheid om haar heen. Ze liep voorovergebogen, kromme rug, blik gericht op het zandpad vóór haar. ‘Schuifelend” vulde ik in. Iets dichterbij zag ik haar knaloranje jas dat me deed denken aan een outdoor/ANWB-jas. Oude mensen raken hun smaak ook nog kwijt, schoot door mijn hoofd. Ik had medelijden met de oudheid. Witte gympen ook nog.

Ik klooide wat mijn mijn oortje, Black was allang afgelopen, nog steeds zocht ik de magie.

Het moment dat ik weer opkeek zag ik de oude vrouw aanzetten. Dribbelend maakte ze tempo. Het schuifelen bleek joggen, de ANWB-jas een high-tec windjack van Nike en de gympen waren Asics uit 2016.

We passeerden elkaar en met een brede lach stak ze haar duim op. Dat had andersom gemoeten. ‘Goed hoor!’ riep ze bemoedigend. En ze rende door. In een behoorlijk tempo zag ik toen ik nog even over mijn schouder keek en ze al bijna de bocht om was.

Alles bleek toch nog mogelijk, anders dan verwacht. Nietig was ik niet meer, want gezien, gecomplimenteerd, rennend en vooral niet meer niks.

Dít is de magic dus. De hoop die haar hardlopen mij bood, mijn verbazing en bewondering, haar lieve gebaar, mijn vooroordelen onderuit geschoffeld en de verwondering.