Een intro van ‘Normale mensen’

Maandenlang had ik ernaar uitgekeken. Het boek lezen van Sally Rooney.
Weken tevoren had ik het boek in de boekwinkel zien liggen. Recensies gelezen, bejubeld werd het.

Maar het bleek niet helemaal mijn piece of cake.

Ik weet niet wat het was maar ik werd kriegelig van de vertelstijl. Van de sturende verteller. De expliciete uitleg van gevoelens (Hij was hartverscheurend eenzaam.). Ja oke, dat wist ik na twee alinea’s wel. En zo ging het door.
De beschrijving van alles, van gevoelens op microniveau en de sturende aawezigheid van de verteller maakt dat het verhaal nergens ‘raakt,’ Het vloeide gladjes langs me heen.
En toch, voegen zinnen als deze, op sommige momenten veel toe. Door het gebruik van woorden als ‘een soort’ en ‘bijna.’ Het gevoel is er niet direct, maar ‘bijna.’
‘Hij huilde bijna.’
‘Ik voelde een aangenaam soort van…’
De directheid bezorgt mij kriebels; ik merk dat ik verlang naar beelden -die worden niet ogeroepen door de vertellende persoon – en naar gevoel. Naar ´echt gevoel, niet naar de verteller die het voor me spelt.
Ondertussen zijn er zinnen als kristal bij; zinnen die je leest en direct het juiste gevoel oproepen. Een taal die zo mooi is, gebeeldhouwd. Sally Rooney’s taal is ook poetisch, soms dromerig, dan weer schurend. Rooney’s stem is ook sterk; sterker dan haar personages. Connell en Marianne, ze hebben dezelfde vertelstem. ik moet soms terugbladeren om te weten naar wie ik ook al weer luister.

Twee jonge mensen die worstelen met hun gevoelens, voor elkaar, voor anderen, voor de studie, de stad en de taal; die eenzaam zijn of niet, die boven hun gevoel zweven en erin dreigen te verdrinken. Alles balanceert op het randje.

Terwijl elke centimeter aan gevoel direct word gepresenteerd waardoor de hoofdpersonen schijnbaar open en bloot voor je liggen blijven ze tegelijkertijd onbenaderbaar ver weg. Nergens vind een identificatie met de hoofdpersonen plaats. Tijdens het lezen verlangde ik naar een sprankje gevoel. Een kleintje maar. De eenzaamheid van de jongen, de onzekerheid van het meisje. Het zoeken naar elkaar, of, belangrijker nog, naar zichzelf.

De relatie is vanaf het begin af aan problematisch; zij, een meisje uit een welvarend gezin, hij, een jongen wiens moeder schoonmaakt in … juist, het huis waar Marianne woont. De verhoudingen zijn geschetst, zo lijkt het.
Maar Marianne wenst zich onzichtbaar op haar middelbare school en Connell schittert, sportief en knap als hij is.
Dan gaan ze studeren en keert alles als een boemerang om. Nu is hij het die geen houvast vindt. De provinciaal in de grote stad, de outcast uit de provincie terwijl Marianne zich bevrijd heeft, zo lijkt het, van elk opgelegde juk, en eindelijk lijkt thuis te komen in de academische wereld. Met deze nieuwe verhoudingen komen de twee weer dichter bij elkaar.
Een romantische vertelling? Jazeker, al hunkerde ik met al deze romantiek naar iets van gevoel.
Compositorisch heeft Rooney het mooi gedaan; heen en weer springend van toen naar nu, het houdt je vast. Net als de problematische liefde tussen Marianne en Connell.

Reageer

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd. *

Gerelateerde artikelen