Boek 01 (compatibiliteitsmodus)

Toegegeven, heel erg goed is de titel niet. Maar zo heet het document dat, inderdaad, een boek moet worden. God wat heeft het lang geduurd voordat ik dit durfde te zeggen: dat ik een boek ga schrijven. Ik denk zo’n kleine 30 jaar. (Ja, nu ga je rekenen…).

Vroeger schreef ik gewoon, me niks aantrekkend van de ander en het oordeel. Geen enkel schaamtegevoel belemmerde me. Ik deed, ik schreef, ik vond het leuk, schreef het netjes over, gooide een kladje weg ging crossfietsen.

Nu is het iets anders. Ik schrijf, ik aarzel, ik twijfel, ik delete, ik schrijf, ik schrijf en breid uit, ben blij want dit hoofdstuk is goed, ik aarzel en twijfel, zie een tikfout, vind het schrijfsel stom, ben onzeker, denk na over een ander verhaal en delete alles. Begin opnieuw.

Het verhaal is mijn hoofd is er, voor meer dan de helft. De andere helft zweeft nog ergens, wacht op invulling. Hoe het verhaal begint weet ik, hoe het eindigt ook, maar hoe ik daar ga komen weet ik nog niet.

Het begin is goed, het einde is in beeld, maar het midden is zo wazig als het zijn kan. Ik ben bang dat dit een moeras gaat zijn waarin ik wegzak.

Elke avond schrijf ik, de laatste weken. Ik drink mijn wijn trager dan normaal omdat ik anders niet meer goed kan schrijven, ik schrijf en schrap en denk, vloek en wenste dat ik nog rookte.

Elke werkdag kijk ik verlangend uit naar de avond, waarop ik kan schrijven. Want dat is wat ertoe doet. Wat zou ik het graag ook overdag willen doen.

Niks brengt me zoveel goesting als schrijven. Ik schep de wereld en bepaal. Ik word blij als mijn personages iets moois meemaken, ik schrijf het glinsterend op. Ik wil geen nare scene schrijven want het verdriet van de ‘ik’ echoot in mij door. Ik bedenk, ik leef, ik creëer, ik voel me vrij. Bedenk vreemde dingen, schrijf nu iets als dit, en ga dadelijk weer verder aan mijn boek 01 (compabiliteitsmodus).

Het is in wording, het komt.

 

 

 

 

Ziekenhuis

Mijn papa ligt in het ziekenhuis. Zijn gewoonlijk aanwezige harde en strenge schil is weggevallen. Hij houdt mijn hand vast en wrijft over mijn vingers. Ik hou zijn schouder vast. Bottig. Het is woensdag. En ik ben bang.

Ik zie hem als niet eerder. ‘Wat fijn dat je er bent ’zegt hij. En doet zijn ogen dicht. Zo kwetsbaar als hij oogt is hij sterker dan eerder. Niet afwezig en veroordelend, maar open. Voor welk contact dan ook. Zijn hand vasthouden, wrijven over zijn schouder, een-en-al bot. Het is goed zo, zoals ik hier zit, en hij er is.

Meer van dit (en andere zaken) automatisch in je mail? Klik dan hier.

4 jaar

Die dag koos ze als eindcijfer een 4. Omdat haar dochter zo oud was en dat ook  zou blijven. Misschien zou er zo nog iets goeds komen uit deze krankzinnigheid.

‘Wat moeten we nu’ had haar lief gestameld. ‘Niets’ had ze willen antwoorden. En ‘doorvechten, experimentele behandelingen, naar het buitenland, er zijn toch fondsen voor dit soort dingen? De behandeling crowdfunden, strijden, beter worden, en dóór’. Dat ging allemaal als een mallemolen door haar hoofd. Maar ze zei niets. De hand om haar hart kneep te hard. Het pad was te onbegaanbaar.

Het is, het was, het zou zo altijd blijven. 4.

Dit stuk is eerder gepubliceerd op de Facebookpagina van Schrijven magazine: ultrakorte verhalen.

Meer van dit automatisch in je mailbox? Klik dan hier.

Te koop (six word stories)

Te koop:

Wiegje, wandelwagen.

Ongebruikte staat.

Moet scherper.

Wegens niet gebruikt af te halen: wiegje

Te lang, 1 woord. Ik kan niks weglaten hier. –> wel geinig die kromme ‘Marktplaats-taal’

Gratis en nieuw in doos: wiegje.

Ja, dat zou wat kunnen zijn.

Heb jij andere suggesties? Laat ze hieronder achter, ik ben benieuwd.

 

Mis

Als kind had ik het echt heel vaak mis.

Maar soms had ik het niet mis. Ik zal niet direct zeggen dat ik gelijk had want mijn moeder houdt niet van opscheppers. ‘Die vallen’,  had ze een keer gezegd. Want die hadden last van hoogmoed. En hoewel ik van veel dingen last had, was hoogmoed daar niet eentje van. Mama viel ook, maar niet omdat ze last had van hoogmoed.